Zoeken
 


Hoe Goldman Sachs met hongersnood gokte

Laatste wijziging: dinsdag 27 juli 2010 om 16:43, 2381 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
dinsdag 27 juli 2010

Speculanten hebben een casino opgericht en de magen van miljoenen mensen waren de fiches. Wat zegt dat over ons systeem, dat we zo makkelijk zo veel leed kunnen toebrengen?


U zult waarschijnlijk denken dat uw mening over Goldman Sachs en zijn zwerm volgelingen op Wall Street nu wel op het allerlaagste niveau is aangekomen en gelijk staat aan volstrekte afkeer. Maar dat heeft u mis. Sterker nog: hun allerschadelijkste recente optreden blijkt nauwelijks te zijn besproken. Het gaat over een verhaal waarin enkele van de rijkste mensen ter wereld, Goldman, Deutsche Bank, handelaren bij Merrill Lynch en anderen, grote hongersnood hebben veroorzaakt bij mensen die tot de armste van de wereld moeten worden gerekend.

Het begint met een ogenschijnlijk mysterie. Eind 2006 begonnen de voedselprijzen wereldwijd plotseling tot ongekende hoogtes te stijgen. Binnen een jaar was de prijs van tarwe met 80 procent gestegen, en die van maïs en rijst met respectievelijk 90 en 320 procent. Tijdens een mondiale hongerpiek konden 200 miljoen mensen, vooral kinderen, het zich niet meer veroorloven om nog eten te kopen en vervielen tot ondervoeding en hongersnood. Er waren rellen in meer dan 30 landen, en tenminste één regering werd erdoor met geweld omvergeworpen. Toen vielen in het voorjaar van 2008 de prijzen weer even mysterieus terug op hun oude niveau. Jean Ziegler, de speciale rapporteur van de VN over voedselrechten, noemt het  ‘een stille massamoord’, die geheel is toe te schrijven aan ‘menselijk handelen.’

Eerder dit jaar was ik in Ethiopië, een van de sterkst getroffen landen, en mensen herinnerden zich de voedselcrisis alsof ze door een tsunami waren getroffen. ‘De groei van mijn kinderen stopte,’vertelde Abiba Getaneh, een vrouw van mijn leeftijd, aan mij. ‘Toen ik honger had voelde het aan alsof er accuzuur in mijn maag was gegoten. Ik nam mijn twee dochters van school en liep schulden op. Als het nog veel langer had geduurd, denk ik dat mijn baby zou zijn gestorven.’ De meeste verklaringen die toen werden gegeven blijken niet juist te zijn. Het gebeurde niet omdat het aanbod daalde: de International Grain Council zegt dat bijvoorbeeld  de wereld tarweproductie feitelijk toenam in die periode. Het is ook niet dat de vraag groeide: zoals professor Jayati Ghosh van het Centre for Economic Studies in New Dehli heeft aangetoond daalde de vraag met 3 procent. Andere factoren, zoals de toename van biobrandstof en de piekende olieprijs, droegen eraan bij, maar onvoldoende om op zichzelf die scherpe verandering te verklaren.

Om de belangrijkste oorzaak te begrijpen, moeten we door enkele concepten heen worstelen die je hoofdpijn bezorgen, maar niet half zo erg is als de maagpijn die arme mensen  wereldwijd kregen.

Al meer dan een eeuw hebben boeren in welvarende landen zich bezig gehouden met manieren om zich tegen risico’s te beschermen. Boer Jansen kan in januari een contract sluiten voor de verkoop van zijn oogst van augustus tegen een vaste prijs. Als het een goede zomer is voor hem, zal hij wat geld verliezen, maar als het een slechte zomer is of als de wereldprijzen instorten, zal het contract voordelig zijn voor hem. Toen dit proces strikt was gereguleerd en alleen ondernemingen met directe agrarische belangen mee mochten doen, werkte het.

In de jaren negentig lobbyde Golman Sachs vrij intensief en de reguleringen werden daarna afgeschaft. Opeens werden de contracten veranderd in ‘derivaten’ die konden worden gekocht en verkocht door handelaren die niets te maken hadden met landbouw. Een ‘speculatieve markt voor voedsel ’ werd geboren.  
Boer Jansen  kan nog steeds zijn oogst vooraf aan een handelaar verkopen voor £ 10.000. Maar nu kan dat contract aan speculanten worden verkocht, die het contract behandelen als een potentiële winstbron. Goldman Sachs kan het kopen en vervolgens voor £ 20.000 doorverkopen aan de Deutsche Bank, die het voor £ 30.000 verkoopt aan Merrill Lynch, enzovoort totdat het bijna geen enkel verband meer schijnt te houden met de oogst van boer Jansen.

Dat alles lijkt niet alleen verwarrend, maar is het ook. John Lanchester, heeft een  voortreffelijke gids van de wereldfinanciën geschreven, met als titel  Whoops! Why Everybody Owes Everyone and No One Can Pay. Daarin legt hij uit, dat ‘financiën, net als andere vormen van menselijk gedrag in de 20e eeuw een verandering ondergingen, die zijn  te vergelijken met de opkomst van modernisme in de kunst. Een breuk met gezond verstand, een wending naar zelfrefererende en abstracte concepten die niet konden worden uitgelegd in alledaags Engels.’ De poëzie brak met het realisme toen T S Eliot The Wasteland schreef. Financiën had zijn Wasteland-moment in de jaren zeventig, toen de dominantie begon van complexe financiële instrumenten die zelfs door mensen die ze verkochten niet volledig werden begrepen.

Maar wat heeft dat te maken met het brood op het bord van Abiba? Tot de deregulering, werd de prijs van voedsel bepaald door de krachten van vraag en aanbod van voedsel zelf. (Dat was op zichzelf al niet perfect, een miljard mensen leden daardoor honger.) Maar na de deregulering, was het niet alleen meer een voedselmarkt. Het werd tegelijkertijd een markt in voedselcontracten gebaseerd op theoretische toekomstige oogsten, en speculanten dreven de prijs torenhoog op.

Bekijken we nu hoe dat gebeurde. In 2006 trokken financiële speculanten als Goldman Sachs hun geld terug uit de instortende onroerend goed-markt in de VS. Ze namen aan dat de voedselprijzen gelijk zouden blijven of stijgen. Terwijl de rest van de economie stagneerde,  verplaatsten ze dus hun fondsen naar voedsel. Opeens bewogen de bange investeerders uit de hele wereld zich op dit terrein.

Terwijl dus vraag en aanbod van voedsel ongeveer gelijk bleef, nam de vraag naar op voedsel gebaseerde derivaten sterk toe, dat betekende dat de prijs explodeerde en de hongersnood begon. De bel barstte in maart 2008 toen de situatie zo ernstig werd, dat in de VS  speculanten hun uitgaven moesten beperken om hun verliezen thuis te dekken.

Toen ik de woordvoerder van Merrill Lynch om commentaar vroeg op de beschuldiging van het veroorzaken van massale hongersnood, zei hij: ‘Oh, daar wist ik niets van’. Hij e-mailde me later om te zeggen: ‘Ik onthoud me van commentaar.’ Deutsche Bank weigerde ook commentaar. Goldman Sachs was gedetailleerder door te zeggen dat ze hun index begin 2007 hadden verkocht en stelde verder dat ‘serieuze analyses (...).aantonen dat indexfondsen geen bel in de futures (termijncontracten) van grondstoffen hadden veroorzaakt’, waarbij een verklaring van de OECD als bewijs werd aangehaald.  

Waarom is dit niet juist? Het antwoord van Professor Ghosh hierop is dat enkele belangrijke gewassen niet verhandeld worden op de futuresmarkt, waaronder gierst, cassave en aardappelen. Hun prijs steeg een beetje in die periode, maar slechts een fractie van de door de speculatie getroffen voedselgewassen. Onderzoek toont hier dus aan dat speculatie de ‘hoofdoorzaak’ was van de stijging.

Zover heeft het dus kunnen komen. De rijkste speculanten van de wereld hebben een casino opgezet waarbij de magen van honderden miljoenen onschuldige mensen de fiches waren. Ze wedden op de toenemende hongersnood en wonnen. Wat zegt het over het politieke en economische systeem, dat we zo makkelijk zo veel pijn kunnen toebrengen?

Als we de dereguleringen niet ongedaan maken, is het slechts een kwestie van tijd voordat het weer gaat gebeuren. Hoeveel doden zouden er de volgende keer zijn? De aanpak om de regels met betrekking tot grondstoffenhandel van vóór de jaren negentig te herstellen, verloopt verassend traag. In de VS heeft het huis van afgevaardigden wat reguleringen aangenomen, maar er wordt gevreesd dat de senaat, die massale giften van speculanten heeft ontvangen, ze zal verwateren tot ze geen betekenis meer hebben. De EU loopt nog verder achter, terwijl men in Groot-Brittannië, waar de meeste van deze ‘handel’ plaatsvindt, bezorgd is dat de regering van  David Cameron hervormingen zal blokkeren om zijn eigen vrienden en donateurs in de City tevreden te stellen.

Er is maar een kracht die de speculatie-hongersnood-bel kan stoppen. De fatsoenlijke mensen in de ontwikkelde landen moeten harder schreeuwen dan de lobbyisten van Goldman Sachs. De World Development Movement  http://www.wdm.org.uk/food-speculation lanceert deze week een campagne om druk uit te oefenen, omdat er cruciale beslissingen worden genomen.

De laatste keer dat ik haar sprak zei Abiba: ‘we kunnen zoiets niet nog een keer meemaken. Zorg er alstublieft voor dat ze ons weer niet zoiets aandoen.’



Bron: globalinfo.nl

Voeg toe aan: