Zoeken
 


Het Parcivalverhaal - Hoe vind je jou werkelijke zelf

Laatste wijziging: dinsdag 29 juni 2010 om 16:43, 6358 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
dinsdag 29 juni 2010

Heb je jezelf ooit wel eens afgevraagd waar het gevoel van onrust binnen jezelf toch steeds vandaan komt?

Waarom hetgeen dat je door hard te werken hebt verworven toch geen voldoening geeft?

Hoe het komt dat je relatie niet dat ene schenkt wat je ervan had verwacht?

Zoek je een antwoord op bovenstaande vragen, dan adviseer ik je om de reis naar je diepe binnenste ondernemen. Daarbij is het onderstaande verhaal je rode draad.

Het verhaal bestaat uit meerdere delen. Iedere week zal er een nieuw deel verschijnen. Uiteindelijk zal je door het verhaal te volgen jou Parcival ontdekken en al op veel van je vragen een antwoord hebben gevonden.

Ik wens een ieder veel leesplezier en succes in het vinden van jezelf.

Hij  (De mythe van Parcival)

Hij is een jongen, man, minnaar. Lees in dit schrijven over de levensweg van de man en leer hem beter begrijpen. De mythe van Parcival is het voorbeeld. Het zoeken van de waarheid, het vinden van de eigen bestemming en de krachtmeting met anderen zijn de thema's.

 

Inleiding

We zien in de geschiedenis dat aan het begin van een nieuwe periode vaak een mythe ontstaat die voor die periode van belang is.

De mythe is een voorbode van dat wat komen gaat, en bevat wijze raadgevingen om op juiste wijze in te spelen op de psychologische veranderingen die zullen gaan plaatsvinden. In de mythe van Parcival en zijn zoektocht naar de Heilige Graal vinden we de aanwijzingen voor het leven in onze moderne tijd. De Graalmythe ontstond in de twaalfde eeuw, een tijd die volgens veel mensen het begin van onze moderne tijd inluidde. Opvattingen die wij heden ten dage hebben en het gedrag dat wij in deze tijd vertonen, vinden hun oorsprong in de  tijd dat de Graalmythe ontstond.  Je zou kunnen zeggen dat het briesje dat er in de twaalfde eeuw stond, is aangezwollen tot de wervelwinden die in de twintigste eeuw plaatsvonden.

Het thema van de Graal was duidelijk zichtbaar in de twaalfde, dertiende en veertiende eeuw. Wij maken gebruik van de Franse Graalmythe, de eerste die in schrift verscheen naar een gedicht van Chrétien de Troyes. Er is ook een Duitse versie van Wolfram von Eschenbach. De Engelse versie van Thomas Malory Morte Darthur (De door van Arthur) stamt uit de veertiende eeuw. Tegen die tijd was er echter al veel aan toegevoegd. De Franse versie is eenvoudiger, directer en sluit meer aan op het onderbewuste, waardoor deze beter bruikbaar is voor ons doel.

We dienen te beseffen dat een mythe als het ware een levend wezen is dat van ieder mens deel uit maakt. Je kunt de ware, levende vorm van de mythe begrijpen als je ziet hoe deze zich in jezelf openbaart. De mythologische ervaring waar je verre weg het meeste aan zult hebben, onderga je wanneer je inziet hoe zij in jouw psychologische structuur een rol speelt.

De Graalmythe heeft te maken met de psychologie van de man.

Dat wil niet zeggen dat deze mythe uitsluitend op de man van toepassing is.

De vrouw heeft ook een mannelijke kant in haar wezen, maar deze is minder dominant. We dienen alles wat in de mythe wordt beschreven op ons eigen wezen betrekken. We krijgen te maken met een duizelingwekkende reeks schone jonkvrouwen. We kunnen hen als delen van de mannelijke psyche beschouwen. Ook vrouwen zullen geïnteresseerd zijn in de geheimen van de Graalmythe. Iedere vrouw krijgt op de een of andere manier te maken met de wonderlijke mannelijke helft van het menselijk ras, bijvoorbeeld in de vorm van een vader, een echtgenoot of een zoon. Ook neemt de vrouw vrij direct deel aan de mythe van de Graal, omdat zij daarin haar eigen mannelijke kant kan herkennen. Vooral in deze tijd waarin de vrouw meer deel gaat uitmaken van de mannelijke wereld doordat zij een beroep uitoefent, wordt de ontwikkeling van haar mannelijke kant belangrijk voor haar.

De mannelijke kant van de vrouw en de vrouwelijke kant van de man manifesteren zich vaker dan men zich realiseert. De inzichten die in de Graalmythe verborgen liggen kunnen onmiddellijke in onze tijd in praktijk worden gebracht.

De visserkoning

Ons verhaal vangt aan op de Graalburcht. De omstandigheden daar zijn moeilijk. De Visserkoning, de heer van het kasteel, is gewond geraakt. Zijn wonden zijn zo ernstig dat hij op de rand van de dood balanceert. Hij kermt, hij schreeuwt het uit, hij lijdt voortdurend. De mensen in het land zijn bedroefd. Een land weerspiegelt de toestand van zijn koning. Dit kan zich zowel op het uiterlijk als op innerlijk vlak manifesteren. Het vee plant zich niet langer voort; het koren wil niet groeien; ridders vallen op het slagveld; kinderen verliezen hun ouders en jonkvrouwen wenen. Het hele land is in diepe rouw gedompeld. Deze ellendige toestand is ontstaan doordat de Visserkoning gewond is geraakt.

De veronderstelling dat de welvaart van een rijk afhankelijk is van de viriliteit en kracht van zijn heersende vorst wordt algemeen aanvaard, vooral onder primitieve volkeren.

Er zijn nog steeds rijken in minder ontwikkelde delen van de wereld waarin de koning wordt gedood als hij geen nakomelingen kan verwekken. Hij wordt eenvoudig omgebracht, soms op ceremoniële wijze, soms langzaam en soms op beestachtige wijze, omdat wordt verondersteld dat het rijk geen voorspoed zal kennen als de koning zwak of ziekelijk is.

De gehele Graalburcht bevindt zich in moeilijkheden, doordat de Visserkoning gewond is. De mythe verhaalt dat jaren geleden, toen de koning nog een jongeling was en hij als dolende ridder door de bossen struinde, hij bij een kamp kwam. Alle mensen van het kamp waren weg, maar aan het spit boven het vuur hing een zalm te roosteren. De Visserkoning had honger en zag de zalm die boven het vuur geroosterd werd. Hij nam er een stukje van om het op te eten. De zalm bleek erg heet te zijn. Hij brandde zijn vingers, liet de zalm uit zijn handen vallen en stak zijn vingers in zijn mond om de pijn van de brandwond te verzachten. Terwijl hij dit deed, kreeg hij een stukje zalm in zijn mond. Zo ontstond de wond van de Visserkoning en hieraan ontleent de heerser zijn naam.

In onze tijd worden wij nog steeds geconfronteerd met het probleem dat achthonderd jaar geleden in de mythe werd beschreven. Een andere versie van het verhaal beschrijft hoe de jonge Visserkoning op een dag door de liefde werd overweldigd en een hartstochtelijke ervaring zocht. Een andere ridder, een Moslim, had een visioen gehad van het Ware Kruis en was op zoek naar enig teken daarvan. De twee mannen kregen elkaar in het oog en, zoals het echte ridders betaamt, sloten zij hun vizier, brachten hun lans in de aanslag en stormden op elkaar af. Er ontstond een heftige strijd waarin de moslimridder om het leven kwam en de Visserkoning de wond in zijn dij opliep die vele jaren lang een verderfelijke invloed op het koninkrijk had.

            Wat een schouwspel! De ridder die een visioen volgt en de ridder die zijn sensualiteit volgt raken in een heftige strijd verwikkeld. De natuur en het instinct worden plotseling de geest gewaar en komen daarmee in aanvaring. De reine geest komt oog in oog met het instinct van de natuur en een strijd ontstaat. Dit is de vuurproef die óf leidt tot de hoogste vorm van evolutie, of tot een dodelijk conflict dat tot een psychologische ondergang kan leiden.

Ik huiver als ik denk aan de gevolgen van deze botsing. Onze sensuele aard is ernstig gewond geraakt en ook ons christelijk visioen is aangetast. Bijna geen enkele moderne man ontsnapt in zijn leven aan deze strijd. Daardoor kan hij in de droevige staat belanden die in ons verhaal wordt beschreven.

 

 

Het verhaal van St. Joris en de draak dat is ontleend aan Perzische mythe ten tijde van de kruistochten, is van eenzelfde strekking. In het gevecht met de draak raken St. Joris, zijn paard en de draak allen dodelijk gewond. Zij zouden allemaal zijn gestorven als er niet een vogel was geweest die een sinasappel (of een limoen) had gepikt die boven het hoofd van St. Joris aan een boom hing. Een druppel van het levenschenkende sap viel precies in zijn mond. St. Joris stond op, druppelde wat van het elixer in de mond van zijn paard en bracht hem daarmee weer tot leven. Er was niemand die de draak tot leven wekte.

We kunnen veel leren van het symbool van de Visserkoning. De zalm, of meer in het algemeen de vis, is een van de vele symbolen voor Christus. Net als in het verhaal van de Visserkoning waarin hij de geroosterde zalm aanraakt, raakt een jongen in zijn vroege pubertijd iets van het wezen van Christus in zichzelf aan, maar hij ontmoet het te vroeg. Hij is er niet op bedacht. Hij laat het onmiddellijk los en raakt erdoor verwond omdat het voor hem te heet is. Hij heeft er echter van geproefd en zal deze ervaring nooit meer vergeten. Zijn eerste contact met dat wat later zijn verlossing  zal betekenen is een verwonding. Hierdoor wordt hij een gewonde Visserkoning. Een jongeling komt voor de eerste maal in aanraking met het bewustzijn door een wond of door verdriet. Parcival herbeleeft het eten van de boom der kennis van goed en kwaad in de Hof van Eden in de vorm van het eten van een stukje zalm. Dat lijden blijft hem bij totdat hij vele jaren later zijn verlossing en verlichting vindt.

            De meeste westerse mannen zijn Visserkoningen. Ieder jongen is in zijn onschuld gestuit op iets dat te groot voor hem is. Hij blijft halverwege in zijn ontwikkeling als man steken en laat los omdat hij het te heet vindt. Vaak ontstaat een zekere bitterheid omdat hij, net als de Visserkoning, nog niet kan leven vanuit het nieuwe bewustzijn dat hij heeft geproefd en het evenmin kan loslaten.

            Iedere adolescent loopt zijn wond op, net als de Visserkoning. Hij zou nimmer voortgang in bewustzijn boeken als dit niet zo was. De kerk noemt deze verwonding de felix culpa,  de fortuinlijke val die iemand aanzet tot het proces van verlossing. Dit is de val uit de Hof van Eden, de progressie van naïef bewustzijn naar zelfbewustzijn.

            Het is pijnlijk om te zien hoe een jongeman zich ervan bewust wordt dat de wereld niet uitsluitend vreugde en geluk voortbrengt, om te zien hoe zijn kinderlijke schoonheid, geloof en optimisme langzamerhand verdwijnen. Het is spijtig maar noodzakelijk: als we niet uit de Hof van Eden worden verbannen, kunnen wij niet het Hemelse Jeruzalem betreden. In de rooms-katholieke liturgie voor Paaszaterdag komt een prachtige zin voor: 'O genadige val die de mogelijkheid biedt voor een glorievolle verlossing'.

            De wond van de Visserkoning kan ons bij een bepaalde gelegenheid worden toegebracht. Bijvoorbeeld wanneer ons onrecht wordt aangedaan en we worden beschuldigd van iets wat wij niet hebben gedaan. In de autobiografie van Carl Jung schrijft hij dat zijn professor eens alle verslagen van zijn klasgenoten doornam in volgorde van hun verdienstelijkheid, maar dat hij het verslag van Jung in het geheel niet besprak. Zijn professor zei: 'ik heb hier één verslag dat verreweg het beste is, maar het is duidelijk een vervalsing. Als ik het betreffende boek zou kunnen vinden, zou ik de boosdoener royeren'.. Jung had hard aan het verslag gewerkt en het was zijn eigen werk. Na deze gebeurtenis vertrouwde hij die man en het gehele studiegebeuren nimmer meer. Dit was de wond van de Visserkoning die Jung werd toegebracht.

Fasen in de ontwikkeling

Volgens de traditie onderscheiden we drie fasen in de psychologische ontwikkeling van de man. Het archetypische patroon veronderstelt dat hij overgaat van de onbewuste volmaaktheid van de jeugd naar de bewuste onvolmaaktheid van de volwassenheid en vervolgens naar de bewuste volmaaktheid van de ouderdom.  Hij beweegt zich van een onschuldige heelheid, waarin de innerlijke en de uiterlijke wereld met elkaar zijn verbonden, naar een periode waarin de innerlijke en uiterlijke werelden van elkaar verwijdert raken en dualiteit wordt ervaren.  Uiteindelijk zal de verlichting worden bereikt: een bewuste hereniging van het innerlijke en het uiterlijke in een harmonieuze heelheid.

We zijn getuige van de ontwikkeling van de Visserkoning in de overgang van fase een naar fase twee. We hebben geen recht van spreken over de laatste fase voordat we de tweede volledig hebben afgerond. En we kunnen pas over de eenheid van het universum spreken als we ons bewust zijn van de afgescheidenheid en de dualiteit. We kunnen allerlei mentale acrobatische trucs uithalen en over de eenheid van de wereld spreken, maar we hebben geen schijn van kans om oprecht op deze manier te functioneren, totdat we erin geslaagd zijn de innerlijke en uiterlijke werelden van elkaar te onderscheiden. We dienen de Hof van Eden te verlaten voordat we de reis naar het Hemelse Jeruzalem kunnen aanvangen. Het is ironisch dat ondanks het feit dat deze beide dezelfde plaats vertegenwoordigen, de reis toch dient te worden gemaakt.

Een man zet zijn eerste stap uit de Hof van Eden in de wereld van de dualiteit doordat hij eenzelfde soort wond als die van de Visserkoning heeft opgelopen: hij ervaart een gevoel  van vervreemding en verdriet en dit zet hem aan om bewustzijn te verkrijgen. De mythe vertelt ons dat de wond van de Visserkoning zich in de dij bevindt. Dit herinnert ons aan het bijbelse verhaal van Jacob die met de engel  worstelt en aan zijn dij gewond raakt. De aanraking van het transpersoonlijke, of het nu een engel is of Christus in de vorm van een vis, laat een vreselijke wond achter die onophoudelijk roept om heelwording. De wond in de dij betekent dat de man gewond geraakt is in zijn scheppend vermogen een relatie aan te gaan. Er is een versie van het verhaal waarin wordt verteld dat de Visserkoning gewond raakte door een pijl die beide testikels doorboorde. De pijl kon niet worden doorgedrukt en niet worden teruggetrokken. Opnieuw wordt de Visserkoning beschreven als iemand die eigenlijk te ziek is om te leven, en toch niet sterft.

Veel van onze moderne literatuur beschrijft de verlorenheid en vervreemding die de held ervaart, We kunnen deze vervreemding tevens terugzien in het gelaat van bijna iedereen die ons op straat passeert. De wond van de Visserkoning is het kenmerk van de moderne mens.

Ik betwijfel of er op aarde een vrouw is die nooit eens stilzwijgend een man heeft gadegeslagen die werd gekweld door het Visserkoning-aspect in hem. Waarschijnlijk merkt zij nog eerder op dan de man zelf dat hij wordt achtervolgd door een gevoel van verwonding en onvolledigheid en dat hij daaronder lijdt. Een man die op deze manier lijdt, wordt er vaak toe gedreven rare dingen te doen om de wond te helen en de wanhoop die hij voelt tot zwijgen te brengen. Gewoonlijk zoekt hij onbewust de oplossing buiten zichzelf.. Hij klaagt over zijn werk, zijn huwelijk of de plek die hij in het leven inneemt. De Visserkoning wordt in zijn draagstoel rondgedragen, en hij kermt en huilt om zijn lijdensweg. Hij ervaart uitsluitend verlichting als hij vist. Dat wil zeggen dat de pijn van de wond, die het bewustzijn vertegenwoordigt, alleen draaglijk is wanneer de gewonde zijn innerlijk werk verricht. Dus als hij verder gaat met de taak die onopzettelijke in zijn jeugd werd aangevangen, namelijk het verkrijgen van bewustzijn. Deze nauwe samenhang met vissen zal in ons verhaal een grote rol gaan spelen.

 

Ben je nieuwsgierig hoe het verder verloopt?

Volgende week kun je het vervolg lezen.

Verzorgd door Elisabeth Kellerman

Dit deel en alle opvolgende delen zijn terug te vinden op de site.

Herken je bij jezelf de rode draad en wil je er aan werken maar vind je het moeilijk, dan kun je op de site http://www.innerquest.nl/ diverse cursussen te vinden die je hierbij kunnen helpen.

 

Bron: Boekje "Zij/Hij" schrijver is Robert A. Johnson, uitgever Kosmos-Z&K Uitgevers BV/ Servire, Utrecht, ISBN-9021595303 (is helaas alleen nog tweede hands te koop).

De voorstellingen komen van onder andere van http://www.wikipedia.nl/ .

 



Voeg toe aan: