Zoeken
 


Vaccinatie en auto-immuun ziekten

Laatste wijziging: maandag 30 november 2009 om 17:44, 3012 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
maandag 30 november 2009

Dr. Kris Gaublomme
Brussel, 5 april 2002

Inleiding

Vaccinaties hebben als doel het individu te beschermen tegen de ernstige verwikkelingen van bepaalde ziekten. Tenminste, dat was vroeger het doel. We stellen vast dat het accent steeds meer opgeschoven is naar de preventie en zelfs de uitroeiing van een aantal ziekten, de ene al ernstiger dan de andere. Uit angst voor infecties, uit onmacht door de toenemende weerstandigheid tegen antibiotica, gaat de aandacht steeds meer naar vaccinatie. Hierbij gaat men er van uit dat het immuunsysteem van elk individu zonder meer in staat is deze toenemende belasting met lichaamsvreemde antigenen, bewaarmiddelen enz. zonder problemen te verteren. Een veronderstelling die, zoals verder zal blijken, niet evident is.

Ieder vaccin geeft nevenwerkingen. Van bijzonder belang in de studie hiervan is het hoofdstuk auto-immuunproblemen. Auto-immuunziekten zijn aandoeningen waarbij door een organisme antistoffen aangemaakt worden tegen de eigen weefsels en organen. Dit leidt op termijn tot een gedeeltelijke of gehele dysfunctie van dat orgaan. Een curatieve behandeling is in de klassieke geneeskunde onmogelijk, en de artsen beperken zich tot het toedienen van medicatie die het immuunsysteem in zijn geheel onderdrukt teneinde de ongewenste reacties op te heffen. Dit is uiteraard bijzonder ingrijpend, want niet alleen moet de patiënt de rest van zijn leven gesubstitueerd worden voor het uitgeschakelde orgaan, ook zijn algemene vatbaarheid voor infecties neemt zeer sterk toe door deze medicatie. Deze patiënten zullen dus de rest van hun leven intensief moeten opgevolgd worden, en veel sneller dan andere moeten behandeld tegen infecties met antibiotica, antivirale middelen, antischimmel produkten enz. Daarbij wordt de algemene toestand van dergelijke patiënten vaak in die mate aangetast dat een normaal sociaal en professioneel leven niet meer tot de mogelijkheden behoort. Ondanks behandeling blijft hun ziekte vaak sluimeren, en moet de patiënt er continu tegen vechten.

Wanneer nu blijkt dat vaccins precies auto-immuunziekten kunnen uitlokken, dan heeft dit bijzonder zware consequenties voor de gezondheidspolitiek. Dan blijkt dat het immuunsysteem niet versterkt, maar integendeel verzwakt of zelfs vernietigd kan worden door vaccinatie. Dat betekent dat lichtzinnige vaccinatiecampagnes niet alleen onverantwoord zijn maar bovendien de volksgezondheid schaden. Elke regering die hiertoe besluit draagt een bijzonder zware ethische en politieke verantwoordelijkheid.

Welke auto-immuunziekten zijn er dan zoal bekend na vaccinatie, en hoe bewijst men hun verband met vaccinatie ?

Geen enkele nevenwerking van een vaccin is specifiek. Dat wil zeggen dat een vaccin niet bij ieder slachtoffer hetzelfde probleem zal veroorzaken, en anderzijds, dat geen enkel symptoom of geen enkele ziekte uitsluitend na dit vaccin voorkomt. De verklaring hiervoor is eenvoudig: een vaccin verzwakt de immunitaire status van de patiënt waarna zijn zwakke punten aan de oppervlakte komen. Welke punten dit zijn ligt niet aan het vaccin maar aan de genetische belasting van dat individu. Het HLA-systeem biedt ons de kans om op zijn minst een gedeeltelijk overzicht te krijgen van deze erfelijke zwakke punten, maar in de praktijk wordt dit jammer genoeg niet gebruikt.

Toch zijn er manieren om met vrij grote waarschijnlijkheid het verband te leggen tussen een vaccinatie en de daaropvolgende problemen. Een waarschijnlijkheid die groot genoeg is om in de meeste landen rechters te laten besluiten tot schadevergoeding aan het slachtoffer. Een wetenschappelijk aanvaarde manier om dit te doen is het toepassen van de Algorithmen van Karch-Lasagna , waarbij een set parameters de mate van waarschijnlijkheid van een causale samenhang aangeven.

Soms is het verband tussen vaccinatie en auto-immuniteit wel erg evident. Zo werd het kinkhoestvaccin bijvoorbeeld gebruikt in experimenten bij proefdieren om een allergische encephalomyelitis te veroorzaken. Dan wordt het wel erg moeilijk om te ontkennen dat het vaccin bij baby’s hetzelfde probleem kan veroorzaken! Nochtans slaagt men erin in het tweede geval de samenhang als "toevallig" te interpreteren.

Mechanismen

Er zijn verschillende mogelijke mechanismen die een rol kunnen spelen in het ontstaan van auto-immuniteit na vaccinatie (1) . Gezien het korte tijdsbestek van mijn voordracht zal ik hier niet in detail op ingaan. Van bijzonder belang echter lijkt me de waarschuwing van Jefferys (2) . Ten eerste stelt hij dat multipele vaccinaties op korte tijd waarschijnlijk leiden tot een uitgesproken, zij het voorbijgaande depletie van naïeve T-cellen, met als gevolg een mogelijk overwicht aan autoreactieve naïeve T-cellen, wat het risico op autoimmuun reacties vergroot. Ten tweede kan de toename van apoptotische cellen leiden tot een vergrote blootstelling aan intracellulaire auto-antigenen, wat opnieuw kan leiden tot autoimmuun reacties. Slechts een gedeelte van de T-cellen zal dus omgevormd worden tot geheugencellen, zoals de bedoeling was; de andere kunnen echter na vaccinale stimulatie bijdragen tot de ontwikkeling van auto-immuniteit. Blootstelling aan toxische adjuvantia, en verschuivingen tussen Th1 en Th2-cellen (3) zijn andere mogelijke oorzaken voor een verstoorde immuniteit.

Voorbeelden van auto-immuunaandoeningen na vaccinatie

1. Periarteritis Nodosa (= Polyarteritis nodosa)

is een aandoening waarbij de slagaders aangetast worden door antistoffen. Het gevolg is een degeneratie, necrose en inflammatie van de arterie waardoor soms tot amputatie van een lichaamsdeel of plaatsing van een kunstbloedvat moet overgegaan worden. De bloedvoorziening van het orgaan waar de arterie naartoe leidt komt dan in het gedrang.
Dit syndroom werd vastgesteld na vaccinatie tegen diphterie, hepatitis B (Engerix B, SK Beecham), tuberculose en tetanus.
Ook medicamenteuse uitlokkers zijn bekend: phenytoine (Dilantin ®), Bactrim ®, ...
GSK is in het bezit van minstens 3 gedocumenteerde gevallen na Engerix B vaccinatie. Dat ze zich hiervan bewust zijn bewijst het feit dat de firma gepoogd heeft één van de slachtoffers zwijggeld te betalen. Toen deze weigerde werd plots elk verband ontkend en de patiënt belasterd.

2. Multiple sclerose

In dit geval wordt het zenuwstelsel aangetast wat leidt tot controleverlies over de onderste ledematen, urinaire incontinentie, impotentie en diplopie (dubbel zien).
Reeds in 1961 openden Palffy en Merei (4) de discussie. Sibley volgde met eigen observaties in 1965 (5) , Miller en collega’s observeerden 9 MS-gevallen na verschillende vaccins (6) , Andersen (1976) (7) , Lu (1984) (8) , Riikonen (1989) (9) , Mahassin (1993) (10) , Tartaglino (1995) (11) , ...
MS is in de wetenschappelijke literatuur vastgesteld na verschillende vaccins, zoals hepatitis B (12, 13, 14 , 15 , 16, 17, 18, 19 , 20), pokken (21, 22 , 23, 24), gele koorts , typhus , rabies (25, 26 , 27 , 28), tuberculose , tekenziekte , polio , tetanus , diphterie (29) en influenza (30, 31 , 32 , 33 , 34) . Forrester (35) wees op het verband tussen polyneuritis, een bekende complicatie na vaccinatie, en MS, wat een bijkomend argument is voor de mogelijkheid van MS na vaccinatie.

3. Optische neuritis

is een ontsteking van de optische zenuw op basis van auto-immuun reacties. Deze aandoening treedt vaak op binnen het kader van een bekende MS. De aandoening treedt op na vaccinatie tegen hepatitis B (36) , influenza (37, 38, 39), rubella (40, 41), MMR (42) , en tetanus (43, 44). De aandoening kan zelfs bilateraal voorkomen (45) .

4. Een dwarslesie van het ruggenmerg (transverse myelitis)

met aantasting van alle neurologische functies distaal van het niveau van de dwarslesie, kan eveneens optreden na vaccinatie tegen rubella (46, 47, 48), influenza (49) , hepatitis B (50, 51, 52) , MMR (53) , rabies (54, 55, 56) en pokken (57, 58) en na de combinatie diphterie - tetanus - polio (59) .

5. Diabetes mellitus,

beter gekend als "suikerziekte", ontstaat door aantasting van de insuline producerende cellen in de pancreas. Na een hepatitis B vaccinatiecampagne in Nieuw Zeeland werd een toename met 60% vastgesteld, terwijl er ook een toename was na Hib-vaccinatie (60 , 61). Zelf behandel ik een meisje dat op 13-jarige leeftijd een floride juveniele diabetes ontwikkelde 1 week na hepatitis B vaccinatie, en heb ik weet van een casus vlak na meningitis C-vaccinatie. Stickl stond stil bij het verband tussen pokkenvaccinatie en diabetes (62) . Na kinkhoestvaccinatie werd diabetes vastgesteld door Champsaur (63) , terwijl Furman het fenomeen bij dieren constateerde . Ehrengut (64) en Maass (65) beschrijven diabetes na bofvaccinatie. Blijkbaar is er een genetische predispositie gezien 97% van de slachtoffers drager zijn van het HLA-DR3 en DR4 alleel. Dit bevestigt vroegere observaties over de affiniteit van het bofvirus voor de pancreas. Diabetes die vastgesteld wordt tot drie weken na vaccinatie kan beschouwd worden als veroorzaakt door het vaccin. De meeste gevallen treden op na 12 à 14 dagen. Sinanotis et al beschrijven zelfs een geval bij een zesjarig jongetje een maand na vaccinatie (66) .

6. Erythema nodosum

wordt gekenmerkt door rode zwellingen, maar de ziekte treft evenzeer dieperliggende weefsels. De aandoening is beschreven 13 dagen na vaccinatie tegen influenza (67) , en na hepatitis B-vaccinatie (68) .

7. Reumatoïde artritis

werd door verschillende auteurs vastgesteld, hoofdzakelijk na hepatitis B vaccinatie (69, 70 , 71), en na poliovaccinatie (72) .

8. Hepatitis

kan ontstaan als auto-immuunprobleem na vaccinatie (73) . Een door mij behandelde verpleegster met volledig normale serologie kort voor de Hepatitis B-vaccinatie ontwikkelde na haar inenting een acute hepatitis met agressieve levercirrose en secundaire diabetes. Omdat zij geen antistoffen aanmaakte na het vaccin had ze meerdere extra herhalingsdosissen gekregen, met het bekende gevolg.

9. Astma

wordt door sommige auteurs gezien als een auto-immuun aandoening. Het verband tussen astma en vaccinatie werd aangetoond door Michel Odent in verband met het kinkhoest vaccin (74) . Ook het hepatitis B vaccin kan een rol spelen (75) . Petrovsky (76) stelt dat astma het gevolg is van een algemene dysfunctie van het immuun systeem, en dat interventies die het afweersysteem moeten stimuleren (zoals vaccins) de ziekte kunnen doen toenemen. Hij onderstreept dat de processen die leiden tot auto-immuunziekten aanvangen in de eerste levensjaren, leeftijd waarop massief gevaccineerd wordt. Toegenomen gevoeligheid voor astma treedt op na griepvaccinatie (77, 78) . Vaccinaties kunnen bijdragen tot een verschuiving van Th1 naar Th2 overwicht (79, 80), wat atopische reacties in de hand werkt.

10. Het Goodpasture syndroom

is een aandoening waarbij immuuncomplexen zowel de nieren als de longen aantasten. Vele patiënten overlijden door verlies aan eiwitten, nierinsufficiëntie en longbloedingen .
Voor zover mij bekend is een rechtstreeks verband tussen deze aandoening en vaccinatie nog niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur. Nochtans zijn me persoonlijk drie gevallen bekend die zo treffend zijn dat ik ze hier wil vermelden. Verder onderzoek op dit terrein is absoluut noodzakelijk, en ik twijfel er niet aan dat het verband inderdaad ooit zal aangetoond worden.

Louise Maguire, uit Enniskillen, Noord-Ierland, was een stralend gezond meisje van 13 toen ze op school een BCG-booster toegediend kreeg. Enkele weken later was ze dood.

Een jonge Ierse man van voor in de dertig kreeg een tetanusvaccin toegediend ondanks zijn keelontsteking. Kort daarop werd hij ijlings in het ziekenhuis opgenomen waar hij overleed aan het syndroom.

Bij een ander meisje werd de ziekte vastgesteld na mazelenvaccinatie. Zij overleefde de aandoening.

11. Lupus Erythematodes

is een bekende systeemziekte. Antistoffen kunnen teruggevonden worden na lichte infecties bij asymptomatische kinderen (81) . Het is dus moeilijk uit te sluiten dat antistoffen eveneens kunnen ontstaan na vaccinatie.
Ayvazian beschrijft hoe 3 verpleegsters overleden aan Lupus na multipele vaccinaties (82) .

12. Autisme

Sinds meer dan 20 jaar verricht Vijendra Singh, PhD, van de Utah State University (USA) onderzoek naar de immunologische aspecten van autisme. Enkele jaren geleden ontdekte hij dat een groot percentage autistische kinderen positief testten op de aanwezigheid van myelin basic protein (MBP) antilichamen, en dat eveneens verhoogde spiegels aan antistoffen aanwezig waren tegen mazelenvirus en human herpes-6 virus (83) . Een studie gepubliceerd in januari 2002 bevestigt de specifieke aanwezigheid van MBP en een specifieke verhoging van mazelenvirus antilichamen en MMR antilichamen in het bloed van autistische kinderen; antistoffen tegen 7 andere infecties waren negatief (84) . Abnormale MMR-antistoffen waren aanwezig bij 60% van de autistische kinderen (75/125) tegenover bij geen enkele van de 92 normale kinderen in de studie. Van deze stijging werd aangetoond dat ze specifiek te maken had met het vaccinale mazelenvirus (MV haemagglutinin antigen). Tenslotte was meer dan 90% van de MMR antistof positieven ook positief voor MBP, wat wijst op een oorzakelijk verband tussen tussen MMR vaccinatie en een autoimmuun reactie van de hersenen bij autisten. De auteur suggereert dan ook dat atypische mazelen zonder uitslag maar met neurologische symptomen wel degelijk aan de basis liggen van autoimmuunreacties bij autisme.

Dr. Andrew Wakefield van zijn kant wees op een verband tussen mazelenvirus en autisme (85, 86).

Conlusies

Tot besluit wil ik het volgende zeggen:
Melding van auto-immuunziekten na vaccinatie komt veelvuldig voor in de praktijk en in de wetenschappelijke literatuur. De hier gegeven voorbeelden zijn niet limiterend, maar tonen aan dat het fenomeen zeer reëel is en voldoende bekend.

Dat ondanks de overvloed aan meldingen, door decennia heen, het verband nog steeds ontkend wordt heeft alles te maken met een aberratie in het wetenschappelijk denken. Hierin wordt geen plaats meer gelaten voor de observatie, voor de confrontatie met de realiteit, weergegeven in case reports. Alle feiten, hoe onweerlegbaar ook, worden weggesmeerd achter een rookgordijn van kansberekeningen. Iedereen die enige ervaring heeft met statistiek weet hoe kwetsbaar en manipuleerbaar dergelijke systemen zijn. Met statistieken kan men altijd bewijzen wat men wil. Voor elke wetenschappelijke studie vind je trouwens makkelijk genoeg een andere die precies het omgekeerde besluit. Als dit een louter academisch onderonsje was zou het nog leuk kunnen zijn. Het leed van de talloze slachtoffers wegmoffelen achter dergelijke manipulaties is echter onethisch en onverantwoord. Dit betekent ook dat aan geen enkel wetenschappelijk artikel een absolute waarde mag gehecht worden. Wetenschappelijk onderzoek is belangrijk en nuttig, maar men moet de beperktheden van deze methode durven aanvaarden. Wetenschappelijke conclusies worden verkocht als dogma’s, terwijl ze niet meer zijn dan momentopnames van kennis, hier en nu, en dan nog bekeken vanuit een bepaalde hoek en met een onmiskenbare persoonlijke overtuiging.
Een tweede fundamentele fout die men maakt is dat men er bij statistieken van uit gaat dat iedereen even vatbaar is voor een bepaalde nevenwerking. Dit is natuurlijk niet het geval, die vatbaarheid is voor iedereen verschillend want ze is bepaald door onze erfelijke belasting. Dit feit verklaart het verschil tussen een statistische benadering en de feitelijke observatie.

Vaccins veroorzaken dus een hele resem van auto-immuun aandoeningen. De consequenties hiervan wegen zwaar. De discussie die hier moet gevoerd worden gaat niet over de frequentie van dit verschijnsel. De kwalitatieve bedenkingen eraan verbonden zijn veel essentiëler. Immers, indien de door mij aangehaalde feiten en wetenschappelijke referenties correct zijn, dan is onomstootbaar aangetoond dat vaccins in staat zijn een immuunsysteem ten gronde te richten. Dat massale vaccinatiecampagnes behouden blijven, en zelfs van jaar tot jaar uitgebreid worden, zonder dat de oorzaken van dit fenomeen achterhaald zijn, is huiveringwekkend. Dat geen enkele regering zich de moeite doet om de juiste impact van deze destructieve procedures in te schatten is ongehoord. Dat andere dan medische argumenten deze tendenzen in stand houden is een inherent gevolg van ons economisch systeem.

Dit alles is des te pijnlijker wanneer met beseft dat er valable alternatieven bestaan voor massavaccinatie. Alternatieven die de kern van het probleem aanpakken in plaats van achter de feiten aan te hollen. Gezonde voeding, holistische geneeswijzen en sociale rechtvaardigheid vormen de grondslag voor een goed werkend immuunsysteem. Er van uitgaan dat het immuunsysteem onbeperkt belastbaar is met vaccins is niet meer dan een hypothese, een fout wiskundig model met catastrofale gevolgen.

Geachte politici, ik spreek in naam van vele kritische artsen in Europa wanneer ik zeg dat wij niet langer dulden dat de gezondheid van onze patiënten, en van de Europese bevolking in het algemeen, wetens en willens in gevaar gebracht wordt om de beursnoteringen van farmaceutische bedrijven veilig te stellen. Ook daar gaat deze discussie om, en wij, artsen en gezondheidswerkers van het "European Forum for Vaccine Vigilance" verdragen niet langer dat het "het algemeen welzijn" hiervoor als goedkoop excuus misbruikt en geëxploiteerd wordt!
Vaccins die een dergelijke negatieve impact hebben op de gezondheid van onze burgers horen niet thuis op de Europese of internationale markt. Het is de taak van elke politicus met gevoel voor verantwoordelijkheid om hier een absolute prioriteit van te maken.

Ik dank u allen voor uw aandacht.

Referenties:

1. Wakaman, B.H., 1962. Auto-immunization and the lesions of auto-immunity. Medicine 41:93—141.

2. Jefferys, R.; T cells and vaccination. Lancet, 2001; 357/9266: 1451

3. Havinga, W.; Risk of asthma. Lancet, 2001; 357/9252: 313-4

4. Palffy, G.; Merei, F.T.; The possible role of vaccines and sera in the pathogenesis of multiple sclerosis. World neurol, 1961; 2:167-72

5. Sibley, W.A.; Foley, J.M.; Infection and Immunization in Multiple Sclerosis. Ann N Y Ac Sci, 1965; A 122:457-68

6. Miller, H.; Cendrowski, W.; Schapira, K.; Multiple Sclerosis and Vaccinations. BMJ 1967;2: 210-3

7. Andersen, O.; Eeg-Olofsson, E.; A prospective study of parapareses in western Sweden. Acta neurol. scand., 1976; 54/312-20

8. Lu, W.I.; Zhao, B.X.; Postvaccinal neurological complication: report of 12 cases. Chin Med J, 1984; 97:447-50

9. Riikonen, R.; The role of infection and vaccination in the genesis of optic neuritis and multiple sclerosis in children. Acta Neurol.Scand., 1989, Nov.; 80/5: 425-31

10. Mahassin, F.; Algayres, J.P.; Valmary, J.; et al Myelite aiguë après vaccination contre l’hépatite B. Press Med, 1993; 22:1997-8

11. Tartaglino, L.M.; et al MR imaging in a case of postvaccination myelitis. Amer J Neuroradiol, 1995; 16:581

12. Herroelen, L.; De Keyser, J.; Ebinger, G.; Central-nervous-system demyelination after immunisation with recombinant hepatitis B vaccine. Lancet, 1991; 338/8786: 1174-5

13. Nadler, J.P.; Multiple sclerosis and Hepatitis B vaccination. Clinical Infectious Diseases (CID) 1993; 17:928-29

14. Kaplanski, G.; Retornaz, F.; Durand, J.; Soubeyrand, J.; Central nervous system demyelination after vaccination against hepatitis B and HLA haplotype. J Neurol Neurosurg Psychiatr, 1995; 58:758-9

15. Berkman, N.; Benzarti, T.; Dhaoul, R.; Mouly, P.; Neuro-papillite bilatérale au décours d’une vaccination contre l’hépatite B. Press Med., 1996; 25:1301

16. Senejoux, A.; Roulot, D.; Belin, C.; et al Myélite aigüe après immunisation contre l’hépatite B par un vaccin recombinant. Gastroenterol Clin Biol, 1996; 20:401-2

17. Gout, O.; Théodorou, I.; Liblau, R.; Lyon-Caen, O.; Central nervous system demyelination aftre recombinant hepatitis B vaccination: report of 25 cases. Neurolog, 1997; 48: Suppl:A424. abstract

18. Levy-Bruhl, D.; Rebiere, L.; et al Comparaison entre les risques de premières atteintes démyélinisantes centrales aigûes et les bénéfices de la vaccination contre l’hépatite B. Bull Epidémiol Hebd, 1999; 9:33-5

19. Fourrier, A.; Touzé, E.; Alpérovitch, A.; Bégaud, B.; Association between hepatitis B vaccine and multiple sclerosis: a case-control study. Pharma coepidemiol Drug Saf, 1999; 8:Suppl S140-1, abstract

20. Touzé, E.; Gout, O.; Verdier-Taillefer, M.H.; Lyon-Caen, O.; Alpérovitch, A.; Premier épisode de démyélinisation du système nerveux central et vaccination contre l’hépatite B: étude cas-témoins pilote. Rev Neurol (Paris), 2000; 156:242-6

21. Herrlich, A Handbuch der Schutzimpfungen. Springer Verlag, 1965

22. Buchwald, G.; Ist die Multiple Sklerose eine Folge der Pockenscghutz-Wiederimpfung? Der deutsche Arzt, 1972;3

23. Stickl, H.; Die Beurteilung von Impfschäden. Rechtsfragen und Begutachtung.Die Medizinische Welt, 1972; 1495-7

24. Stickl ; Weber; Schutzimpfungen p.101

25. Zitchenko, A.P.; Zh Nevropat Psikhiat, 1965; 65:1634

26. Grimm, J.; Sinnecker, H.; Vortrag auf dem Tollwut-Symposium des Instituts für Poliomyelitis und Virusenzephalitiden der AMW Moskau und des Epidemiologischen Zentrums der Staatlichen Hygieneinspektion. Potsdam, 1977

27. Kuwert,E.; Werner, J.; Postexpositionelle Schutzimpfung des Menschen gegen Tollwut mit einer neuentwickelten Gewebekulturvakzine (HDCS-Impfstoff). Zbl Bakt Hyg, I Abt Orig, 1977; A 239:437-58

28. Pathak, R; Khare, K.C.; Disseminated sclerosis syndrome following anti rabic vaccination. Indian Med Assoc, 1967; 49: 484-5

29. Poch, G.F.; Guercio, N.; La vacunación antidiftérica como factor desencadenante de la esclerosis múltiple. Prensa Med Argent, 1966; 53:1639-41

30. Miller, H.; Cendrowski, W.; Schapira, K.; Multiple Sclerosis and Vaccinations. BMJ 1967;2: 210-3

31. Yahr, M.D.; Lobo-Antunes, J.; Relapsing Encephalomyelitis Following the Use of Influenza Vaccine. Arch Neurol, 1972; 27:182-3

32. Yahr, M.D.; Lobo-Antunes, J.; Relapsing Encephalomyelitis Following the Use of Influenza Vaccine. Arch Neurol, 1972; 27:182-3

33. Waisbren, B.A.; Swine Influenza Vaccine. Ann Int Med, July 1982; 97/1: 149

34. Morris, J.A.; Young, B.G.; Guillain-Barré Syndrome. Lancet, 1978; 2:636

35. Forrester, C.; Lascelles, R.G.; Association beween polyneuritis and multiple sclerosis. Neurol Neurosurg Psychiatr, 1979; 42:864-6

36. Shaw, F.E.; e.a. Postmarketing surveillance for neurologic adverse events reported after hepatitis B vaccination. Am J Epid, 1988; 127/2:337-52

37. Sibley, W.A.; Foley, J.M.; Infection and Immunization in Multiple Sclerosis. Ann N Y Ac Sci, 1965; A 122:457-68

38. Bienfang, D.C.; et al Ocular abnormalities after influenza immunization. Arch Ophtalmol, 1977; 96:1649

39. Perry, H.D.; Mallen, F.J.; Grodin, R.W.; Cossari, A.J.; Reversible blindness in optic neuritis associated with influenza vaccination. Ann Ophtalmol, 1979; 11:545-50

40. Behan, P.O.; Diffuse myelitis associated with rubella vaccination. BMJ, 1977; ii:166

41. Kline, L.B.; Margulies, S.L.; Oh, S.J.; Optic neuritis and myelitis following rubella vaccination. Arch neurol, 1982; 39:443-6

42. Kazarian, E.L.; Gager, W.E.; Optic neuritis complicating measles, mumps, and rubella vaccination. Amer. J. Ophthalmol., 1978; 86/4:544-547

43. Pollard, J.; Seby, G.; Relapsing neuropathy due to tetanus toxoid. J. Neurol. Sci., 1978; 37/1-2:113-125

44. Topaloglo, H.; Optic neuritis and myelitis after booster tetanus toxoid vaccination. Lancet 1992; I:178-9

45. van de Geijn; Tukkie, R.; van Philips, L.A.; Punt, H.; Bilateral optic neuritis with branch retinal artery occlusion associated with vaccination. Doc Ophthalmol, 1994; 86:403-8

46. Holt, S.; Hudgins, D.; Krishnan, K.R.; Critchley, E.M.R.; Diffuse myelitis associated with rubella vaccination. BMJ, 1976; 6043 ii:1037-8

47. Behan, P.O.; Diffuse myelitis associated with rubella vaccination. BMJ, 1977; ii:166

48. Fenichel, G.M.; Neurological complications of immunization. Ann Neurol, 1982; 12:119-28

49. Beghi, E.; Kurland, L.T.; Mulder, D.W.; Incidence of acute transverse myelitis in Rochester, Minnesota, 1970-1980, and implications with respect to influenza vaccine. Neuroepidemiology, 1982; 1:176-88

50. Shaw, F.E.; e.a. Postmarketing surveillance for neurologic adverse events reported after hepatitis B vaccination. Am J Epid, 1988; 127/2:337-52

51. VAERS, Nov 1990-July 1992

52. Trevisani, F.; Gattinara, G.C.; Caraceni, P.; et al Transverse myelitis following hepatitis B vaccination. J Hepatol, 1993; 19:317-8

53. Joyce, A.; Rees, J.E.; Transverse myelitis after measles, mumps and rubella vaccine. BMJ, 1995;311:422

54. Appelbaum, E.; Greenberg, M.; Nelson, J.; Neurological complications following antirabies vaccination. JAMA, 1953; 151; 188-91

55. Harrington, R.B.; Olin, R.; Incomplete transverse myelitis following rabies duck embryo vaccination. JAMA, 1971; 217:2137-8

56. Miller, H.G.; Stanton, J.B.; Neurological sequelae of prophylactic inoculation. Q J Med, 1954; 23:1-27

57. Broadbank, T.W.; Postvaccinal myelitis. JAMA, 1931; 97:227-8

58. Paine, R.S.; Byers, R.K.; Transverse myelopathy in childhood. Am J Dis Child, 1953; 85:151-63

59. Whittle, E.; Roberton, N.R.C.; Transverse myelitis after diphtheria, tetanus, and polio immunisation. BMJ, 1977; 1450-51

60. Classen, J.B.; Childhood immunisation and diabetes mellitus. New Zeal med J, 1996; May 24: 195

61. MILSTIEN, J.B.; GROSS, T.P.; KURITSKY, J.N.; Adverse reactions reported following receipt of Haemophilus influenzae type b vaccine; an analysis after 1 year of marketing. Pediatrics 1987; 80/2: 270-4.

62. Stickl, H.; Diabetes durch Pockenimpfung? Päd. Praxis 1979; 21: 454

63. CHAMPSAUR, H.; et al Virologic, immunologic and genetic factors in insulin-dependent diabetes mellitus. J Ped 1982; 100/1 : 15-20

64. EHRENGUT, W.; Diabetes Mellitus juvenilis Typ I nach Mumpsschutzimpfung : ein Impfschaden? Päd. Praxis 35; 427

65. MAASS, G.; Mumpsschutzimpfung und Diabetes Typ I. Stellungnahme der Deutschen Vereinigung zur Bekämpfung der Viruskrankheiten e.V. Päd. Praxis 34; 288

66. SINANIOTIS, C.A.; DASKALOPULOU, E.; LAPTASANIS, P.;e.a. Diabetes mellitus after mumps vaccination. Arch Dis Child 1975; 50:749-50

67. Warshaw, L.J.; Delayed allergic reactions to influenza vaccine. New York J Med, 1961; 61:3907

68. Rogerson, R.J.; Nye, F.J.; Hepatitis B vaccine associated with erythema nodosum and polyarthritis. BMJ, 1990; 301:345

69. Centrum voor Geneesmiddelenbewaking. Overgevoeligheid bij vaccinatie tegen hepatitis B. Folia Pharm, 1992; 19/4:31-2 (Vaccine: Engerix)

70. Biasi, D.; et al A new case of reactive arthritis after hepatitis B vaccination. Clin exp rheumatol, 1993; 11:215

71. Hachulla, E.; et al Reactive arthritis after hepatitis B vaccination. J rheumatol, 1990; 17:1250-1

72. BEALE, A.J.; Polio vaccines: time for a change in immunisation policy? Lancet, 1990; 335: 839-42

73. Autoimmunhepatitis durch Hepatitis A -Impfstoff (HAVRIX u.a.)? a-t, 1996; 10:103

74. Odent, M.; Culpin, E.; Kimmel, T.; Pertussis Vaccination and Asthma: Is there a link? JAMA, 1994; 272/592-3

75. Lohiya, G.; Asthma and urticaria after hepatitis B vaccination. West J Med, 1987; 147:341

76. Petrovsky, N.; Difficulties and dangers of vaccination strategies for asthma and other autoimmune disorders. Lancet, 1994; 344:1227

77. Oukette, J.J.; Reed, C.E.; Increased response of asthmatic subjects to methacholine after influenza vaccine. J Allerg, 1965; 36:558-63

78. Kemp, T.; Pearce, N.; Fitzbarris, P.; et al Is infant immunization a risk factor for childhood asthma or allergy? Epidemiology, 1997, Nov 8; 6:678-80

79. O'Byrne KJ, Dalgleish AG, Browning M, Steward WP, Harris AL. The relationship between angiogenesis and the immune response in carcinogenesis and progression of malignant disease. Eur J Cancer 2000; 36:151-69

80. Havinga, W.; Risk of asthma. Lancet, 2001; 357/9252: 313-4

81. Venugopalan P, Bushra R, Gravell D; Accidental detection of lupus anticoagulants in children. Ann Trop Paediatr 2001 Sep;21(3):277-9

82. Ayvazian, L.F.; Badger, T.L.; Disseminated lupus erythematosus occuring among student nurses. NEJM, 1948; 239:565-70

83. Singh, V.K.; Yang; Serological association of measles virus and Human Herpesvirus-6 with Brain Autoantibodies in Autism. J Clin Immunol and pathol, 1998; 89/1:105-108

84. Singh, V.K.; Abnormal Measles Serology and Autoimmunity in Autistic Children. J Allerg Clin Immunol, 2002; 109/1:232

85. Wakefield, A.J.; Murch, S.H.; Linnell, A.A.J.; et al. Ileal-lymphoid-nodular hyperplasia, non-specific colitis and pervasive developmental disorder in children. Lancet, 1998; 351:637-41

86. Wakefield, A.J.; MMR vaccination and autism. Lancet, 1999; 354:949-11



Bron: users.telenet.be

Voeg toe aan: