Zoeken
 


De economische crisis: de overheid is het probleem, niet de oplossing

Laatste wijziging: maandag 9 maart 2009 om 16:59, 2401 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
maandag 9 maart 2009

Als we de politici en de media mogen geloven, dan is de vrije markt de oorzaak van de huidige economische crisis, en kan alleen overheidsingrijpen ons redden.

Ik zal in dit artikel betogen dat de werkelijkheid precies andersom is: de overheid is het probleem, niet de oplossing.

Noch het politiek-economische systeem van Nederland, noch dat van andere EU-lidstaten, noch dat van de Verenigde Staten, noch dat van andere belangrijke handelspartners die invloed hebben op onze economische pieken en dalen, kan worden omschreven als een vrije markt.

Wat is een vrije markt?
Wikipedia definieert een vrije markt als volgt: “Een vrije markt is een markt die vrij is van overheidsinterventie en regulering, naast de minimale taak van handhaving van het rechtssysteem en bescherming van eigendomsrechten, en die vrij is van dwang en bedrog.”

De politiek-economische systemen van Nederland en haar grootste handelspartners zijn ver verwijderd van een vrije markt. Hiervoor heb ik onder meer de volgende argumenten:

De grote overheid
De staat bestaat uit honderdduizenden ambtenaren en politici, die zich vooral bezighouden met het in stand houden van hun financiële positie en machtspositie door middel van de volgende vicieuze cirkel:
1.    Ambtenaren en politici veroorzaken problemen door overheidsingrijpen, met name door het marktmechanisme te verstoren. Voorbeelden hiervan zijn files, wachtlijsten in de zorg, werkloosheid, woningnood, wijnplassen, melkplassen, boterbergen, slecht en duur onderwijs, hoog ziekteverzuim, et cetera.
2.    Door deze problemen te signaleren zoeken zij de aandacht van de media.
3.    Daarop wordt er belastinggeld besteed aan het zoeken naar een oplossing.
4.    Vervolgens wordt altijd dezelfde oplossing geboden, namelijk dat de staat nog meer belastinggeld moet uitgeven, dat de staat nog meer regels moet maken, dat de staat nog meer bevoegdheden moet krijgen en dat er nog meer ambtenaren moeten worden ingehuurd. Kortom, de staat moet nog meer geld en macht krijgen. Dan komt alles goed.
5.    Uiteindelijk komt het niet goed, maar wordt het probleem alleen maar erger, of ontstaan er elders problemen, of allebei. Hiermee zijn we weer terug bij af, oftewel bij punt één!

Als een vrije markt zou worden ingevoerd, zou de overheid zich beperken tot het beschermen van haar burgers tegen misdadigers en invasies, en zou de overheid drastisch worden ingekrompen naar de drie taken die de vrije markteconoom Adam Smith voorstelde: leger, politie en rechtspraak. Alle andere overheidsorganisaties zouden worden afgeschaft.

De hoge belastingen
Bovenstaand proces heeft geleid tot een enorme groei van de belastingdruk. De Nederlandse staat gaf volgens de OESO (een samenwerkingsverband van dertig landen om sociaal en economisch beleid te bespreken; dus de overheid zelf) 47% van het nationaal inkomen uit in 2007. In de EU was dat 46%. In de Verenigde Staten, door velen gezien als het meest kapitalistische land ter wereld, was dat 37%. De honderden miljarden die zijn weggegeven aan onder andere banken in het kader van de financiële crisis zijn daarin nog niet meegerekend. U wordt gedwongen de helft van de vruchten van uw arbeid – uw eigendom – af te staan onder bedreiging van geweld, zonder dat u een ander schade heeft toegebracht die u weigert te vergoeden. Ter vergelijking: eind negentiende eeuw, ten tijde van de nachtwakersstaat, was de belastingdruk zo’n 7%. De meeste belastingen die wij nu kennen, waaronder ook de inkomstenbelasting en de BTW, bestonden toen niet. Dat was ook niet nodig, omdat er een kleine overheid was die weinig geld uitgaf.

Als een vrije markt zou worden ingevoerd, zou de overheid zo weinig geld uitgeven dat de aardgasbaten waarschijnlijk al voldoende zouden opleveren om deze uitgaven te bekostigen. Er hoeft dan geen belasting meer te worden geheven. Nederland zou in dit opzicht een voorbeeld kunnen nemen aan Dubai, een land met relatief veel economische vrijheid, weinig overheidsingrijpen en zeer lage belastingen. Het nationaal inkomen van Dubai bestaat voor 6% uit olie-inkomsten, waarvan het merendeel in de staatskas vloeit. Omdat de overheid relatief weinig geld uitgeeft, is dit nagenoeg voldoende voor het financieren van de overheidsuitgaven. Dubai kent dan ook geen belastingen op inkomsten, winst, vermogen, vermogenswinst, omzet, erfenissen of giften. Het land heft ook geen BTW of verplichte premies. De economische groei in Dubai van 2000 tot en met 2006 bedroeg 18%, en zelfs in 2009 wordt een groei verwacht van 6%. Zo kan het ook.

Het oerwoud van regels
Ambtenaren zijn ingehuurd om regels te maken. Helaas doen zij dat ook. Was het maar zo dat ambtenaren niets deden, dan zouden zij alleen geld kosten. Nu richten zij ongekende schade aan door bibliotheken vol met regels te schrijven. Hier lijkt nooit een einde aan te komen. Er schijnen nooit genoeg regels te zijn. Voor iedere regel die wordt afgeschaft, moeten er minstens tien bijkomen.

Iedere burger wordt geacht de wet te kennen. Met andere woorden: als u de wet niet kent, is dat geen excuus. Maar het oerwoud aan regels is dermate groot, dat niemand deze regels kàn kennen. Zelfs mensen die telefoonboeken uit hun hoofd kunnen leren, kunnen de wet niet kennen. Bovendien zijn de regels vaak in strijd met elkaar. U kent misschien het verhaal van de horeca-ondernemer die van de brandweer te horen kreeg dat zijn deuren niet naar binnen mochten openslaan. Daarop monteerde hij deuren die naar buiten openden. Vervolgens wist een andere ambtenaar hem te vertellen dat ook dat niet mocht, omdat het gevaarlijk kon zijn voor voorbijgangers. Ten einde raad monteerde hij schuifdeuren, waarna hij het aan de stok kreeg met de welstandscommissie.

Als een vrije markt zou worden ingevoerd, zouden we zo ongeveer terug kunnen naar de tien geboden, en er zelfs daar nog een paar van kunnen afschaffen:

Gij zult niet moorden.
Gij zult niet stelen.
Gij zult niet mishandelen.
Gij zult niet bedreigen.
Gij zult niet bedriegen.
Gij zult uw afspraken nakomen.

Uit het bovenstaande blijkt dat het absurd is om het Nederlandse systeem te omschrijven als een vrije markt. Aangezien de staat de helft van ons geld uitgeeft, en ook nog eens miljoenen regels aan ons op legt, ligt het meer voor de hand om te spreken van een gemengde economie.

Hoe overheidsinterventie recessies veroorzaakt
De huidige economische crisis is al jaren geleden voorspeld door vrije-markt economen van de Oostenrijkse School, vooral bekend geworden door het werk van de economen Ludwig von Mises en Nobelprijswinnaar Friedrich von Hayek. Economen van de Oostenrijkse School hebben een verklaring gevonden voor het verschijnsel van de business cycle, die wordt gekenmerkt door perioden van hoogconjunctuur (boom), gevolgd door laagconjunctuur (bust). Hun theorie verklaart het ontstaan van recessies en depressies, en dus ook de Grote Depressie van de jaren ‘30. Ik zal proberen deze theorie weer te geven aan de hand van een korte geschiedenis van het geld.

Deflatie
Tot aan de twintigste eeuw bestond geld meestal uit zilveren of gouden munten, of uit door met goud gedekte bankbiljetten. Dit geld had daardoor een intrinsieke waarde. Inflatie kwam nauwelijks voor. Sterker nog, aangezien in de negentiende eeuw de goederenvoorraad meestal sneller steeg dan de goudvoorraad, kon men voor dezelfde gouden munt steeds meer kopen, en daalden prijzen voortdurend: deflatie. Deze vorm van deflatie was een uiterst gezond en wenselijk verschijnsel. Het duidde op een steeds hogere levensstandaard, die werd veroorzaakt door de hoge economische groei, die dankzij de relatief grote economische vrijheid in de negentiende eeuw mogelijk werd gemaakt.

Het ontstaan van papiergeld en giraal geld
Toen mensen hun gouden munten naar banken gingen brengen, in ruil voor bankbiljetten en nog later in ruil voor een saldo op een bankrekening, onstond er een probleem. Voor veel banken werd de verleiding erg groot om ongedekte bankbiljetten bij te drukken en uit te geven, of ongedekte leningen te verstrekken door zomaar een bedrag bij te schrijven op het banksaldo van de schuldenaar. Op deze manier konden banken extra rente-inkomsten genieten, en zolang kon worden voorkomen dat te veel mensen tegelijkertijd hun bankbiljetten of banksaldi kwamen omwisselen in goud, konden banken hiermee wegkomen.

Het ontstaan van inflatie
Voor sommige banken bleek de verleiding om steeds meer ongedekte bankbiljetten bij te drukken of ongedekte leningen te verstrekken zo groot, dat hun reputatie eronder leed. Zo kon er een bank run ontstaan, waarbij mensen in de rij stonden om hun goud terug te eisen. Op dat moment bleek natuurlijk dat de bank veel te weinig goud had, en ging daarom failliet. De gedupeerde klanten sleepten vervolgens de bankiers voor de rechter wegens fraude. De bank had immers, toen de klanten het goud hadden ingeleverd, bankbiljetten uitgegeven waarop stond dat het biljet te allen tijde kon worden ingewisseld voor goud. De rechters (in overheidsdienst uiteraard) oordeelden echter merkwaardig genoeg dat hier geen sprake was van fraude, maar slechts van een oninbare vordering. Daarmee was het hek van de dam. Vrijwel alle banken deden vanaf dat moment mee aan deze vorm van fraude, beter bekend als fractional-reserve banking. Het gevolg was inflatie.

Het ontstaan van centrale banken
De meeste banken gingen voorzichtig om met dit nieuwverkregen privilege, omdat zij beseften dat ze moesten oppassen dat er geen bank run zou ontstaan. Sommige banken, zoals reeds beschreven, konden deze verleiding echter niet weerstaan en gingen daarom in de meeste gevallen failliet. De ‘voorzichtige’ banken liepen nu het risico dat ook hun klanten bang zouden worden dat zij bij inwisseling van de bankbiljetten naar hun goud konden fluiten, en dus veiligheidshalve hun goud gingen opeisen zolang dat nog kon.
De ‘voorzichtige’ banken gingen daarom lobbyen bij de overheid voor het instellen van een centrale bank, die centraal voor alle banken zou bepalen hoeveel ongedekt geld mocht worden uitgeven. Zo moest worden voorkomen dat een ‘onvoorzichtige’ bank een bank run zou veroorzaken en het spel zou bederven voor de ‘voorzichtige’ banken. De overheid was natuurlijk graag bereid aan deze wens tegemoet te komen, om op deze manier haar macht over de financiële wereld te vergroten. Centrale banken zijn dan ook zo sterk verweven met de overheid, dat men ze moet beschouwen als overheidsorganisaties.

Afschaffing van de gouden standaard
Zoals bekend willen politici altijd graag nog meer geld uitgeven. Normaal gesproken moeten hiervoor de belastingen worden verhoogd, en dient het parlement hiervoor een wet aan te nemen. Sinds er centrale banken zijn, hoeft dat niet meer. De centrale bank drukt simpelweg geld bij en de opbrengst daarvan komt direct of indirect bij de overheid terecht. “Inflatie is de enige vorm van belasting die opgelegd kan worden zonder wetgeving”, zei Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Dit verklaart waarom er sindsdien voortdurend inflatie is geweest. Economen zoals John Maynard Keynes, die theorieën bedachten waarom inflatie goed was voor de economie, werden (en nog steeds overigens) door overheden op handen gedragen. Zolang er echter nog een of andere (afgezwakte) vorm van een gouden standaard was, was de mogelijkheid om geld bij te drukken beperkt. Dus werd besloten om de gouden standaard af te schaffen. Eerst werden alle banken gedwongen hun goud naar de centrale bank te brengen. Daarna werd in een aantal stappen het geld steeds verder losgekoppeld van de dekking met goud. Totdat uiteindelijk niemand meer zijn goud kon terugeisen en de goudvoorraad (die oorspronkelijk eigendom was van de spaarders) dus feitelijk door de overheid was onteigend. Tegelijkertijd was hiermee de laatste bescherming van de burger tegen inflatie verdwenen.

Geldontwaarding
Inflatie heeft een aantal nadelen. Eén daarvan is de geldontwaarding. Doordat er meer geld in omloop wordt gebracht, wordt het geld dat daarvóór in omloop was, minder waard. Dat is met name vervelend voor mensen die gespaard hebben voor later, omdat hun spaargeld ineens minder koopkracht heeft. De overheid steelt hierdoor feitelijk een deel van het vermogen van de spaarders, en verdeelt dat onder groepen, die hiermee door de overheid bevoordeeld worden. Sparen wordt zodoende ontmoedigd, waardoor er minder geïnvesteerd kan worden dan in een vrije markt het geval zou zijn.

Overheidsingrijpen in het prijsmechanisme
Een ander nadeel van inflatie is dat het het de rentestand verstoort. Dit is niet eens een onbedoeld gevolg van inflatie: de overheid kiest er doelbewust voor om de rentestand te manipuleren, meestal door de rentestand kunstmatig laag te houden, vanuit de veronderstelling dat een lage rentestand goed zou zijn voor de economische groei. Dit is echter een misvatting. Overheidsingrijpen in het prijsmechanisme leidt juist in alle gevallen tot economische problemen. Alle structurele tekorten en overschotten worden hierdoor veroorzaakt. Tekorten worden veroorzaakt doordat de overheid de prijs kunstmatig laag houdt. Vanwege die lage prijs is er minder aanbod,  en meer vraag. Voorbeelden hiervan zijn de wachtlijsten in de zorg, files en de woningnood. Overschotten worden veroorzaakt doordat de overheid de prijs kunstmatig hoog houdt. De vraag zal daarmee immers afnemen, terwijl het aanbod toeneemt. Voorbeelden hiervan zijn boterbergen, melkplassen, wijnplassen en werkloosheid.
In een vrije markt daarentegen komen prijzen tot stand doordat kopers en verkopers overeenstemming bereiken. Als er een tekort dreigt te onstaan, gaat de prijs omhoog en neemt de productie vervolgens toe, net zo lang tot vraag en aanbod gelijk zijn. Als er een overschot dreigt te ontstaan, gaat de prijs omlaag en neemt de productie vervolgens af , net zo lang tot vraag en aanbod gelijk zijn.

Tijdspreferentie
Met rente is dat niet anders. Rente is de prijs voor het sparen en lenen van geld. In een vrije markt wordt de rentestand bepaald door de tijdspreferentie van de mensen die willen sparen of lenen. Als mensen een hoge tijdspreferentie hebben, zijn zij bereid een hoge rente te betalen om op dit moment meer geld te kunnen lenen, en zijn zij alleen bereid meer te sparen als daarvoor een hoge rente wordt ontvangen. Als mensen een lage tijdspreferentie hebben, zijn zij alleen bereid een lage rente te betalen om meer te lenen, en gaan zij meer sparen, zelfs als de rente laag is. Net zoals de hoogte van een prijs belangrijke informatie vormt voor een producent die moet beslissen hoeveel hij gaat produceren, vormt de hoogte van de rentestand belangrijke informatie voor investeerders die moeten beslissen waarin zij gaan investeren. In een vrije markt is deze informatie betrouwbaar, omdat rentestanden worden gevormd door vraag en aanbod en dus door de tijdspreferentie van mensen die sparen of lenen. Als de rente laag is, is dat een teken dat veel mensen bereid zijn consumptie op dit moment uit te stellen in ruil voor consumptie later. Daarom moeten investeerders minder investeren in de productie van consumptiegoederen, en dus relatief meer in de productie van productiegoederen. Als de rente hoog is, is dat een teken dat weinig mensen bereid zijn consumptie op dit moment uit te stellen in ruil voor consumptie later. Daarom moeten investeerders meer investeren in de productie van consumptiegoederen, en dus relatief minder in de productie van productiegoederen.

Manipulatie van de rentestand
Wanneer de overheid de rentestand manipuleert, is deze informatie niet meer betrouwbaar, en worden er verkeerde investeringen gedaan. Als de overheid grote hoeveelheden ongedekt geld in omloop brengt en banken op basis daarvan leningen gaan verstrekken die anders niet verstrekt zouden worden, worden eveneens verkeerde investeringen gedaan. Dat deze investeringen verkeerd zijn, blijkt pas later. In de tussentijd lijken al die nieuwe investeringen voor groei te zorgen en spreekt men van een boom of hoogconjunctuur. Een recessie is niets anders dan een herstelperiode, waarin deze slechte investeringen worden geliquideerd. Dit herstel is noodzakelijk: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Wanneer duidelijk wordt dat slechte investeringsbeslissingen zijn genomen, moet men niet proberen de verkeerde koers te blijven varen, maar van koers veranderen en accepteren dat dit kosten met zich meebrengt. Met andere woorden: we zullen op de blaren moeten zitten tijdens een bust of laagconjunctuur.

De Grote Depressie
Sinds de overheid ingrijpt in financiële markten zijn er met enige regelmaat recessies geweest. Meestal deed de overheid hier gelukkig niet zo veel aan, en ging de recessie weer redelijk snel voorbij. Een ‘gewone’ recessie in de jaren ‘30 veranderde echter in de Grote Depressie. Hiervoor zijn twee oorzaken te noemen. In de eerste plaats hadden de Verenigde Staten, net als veel andere landen, niet lang daarvoor een centrale bank ingevoerd. Daardoor werd het hiervoor beschreven probleem ernstig versterkt. In de tweede plaats probeerde de overheid de recessie te bestrijden met een reeks van slechte maatregelen. Zo werden lonen kunstmatig hoog gehouden, met massawerkloosheid tot gevolg. Daarbij werd de gouden standaard in veel landen geheel of gedeeltelijk afgeschaft. De internationale handel werd ondermijnd door protectionistische maatregelen, zoals het verhogen van invoerrechten. En de overheid ging haar uitgaven zeer drastisch vergroten in een zinloze poging de economie te ’stimuleren’. De overheid kan echter de economie niet stimuleren! De overheid kan alleen geld weggeven door het eerst af te nemen van productieve mensen. ‘Overheidinvesteringen’ gaan dus per definitie ten koste van private investeringen. In plaats van dat mensen zelf mogen beslissen waaraan zij hun geld uitgeven, gaan ambtenaren en politici dat voor hen uitmaken. Als mensen investeringen doen van hun eigen zuurverdiende geld, zullen zij dat zorgvuldig en weloverwogen doen. Als daarentegen politici en ambtenaren andermans geld mogen weggeven, hebben zij nauwelijks een prikkel om hier op een zorgvuldige manier mee om te gaan. Het resultaat is verspilling. Helaas hebben onze politici deze les van de jaren ‘30 niet geleerd, en lijken zij dan ook gedoemd dezelfde fouten te herhalen.


Het ontstaan van de kredietcrisis
Het uit het niets creëren van ongedekt geld heeft met name sinds 2001 zulke groteske vormen aangenomen, dat banken vaak tot vijftig keer zoveel geld uitlenen als dat zij aan reserves hebben. Met andere woorden: hun reserves zijn geslonken tot 2%, een situatie die wel uit de hand moest lopen. Al dit nieuwe geld was fictief kapitaal: niet ontstaan door produceren en sparen, maar door geld bij te drukken. Daardoor werden inefficiënte investeringen gedaan. De Amerikaanse hypotheekcrisis is hier het beste voorbeeld van. Naar schatting is 1500 miljard dollar extra verstrekt aan hypothecaire leningen vanwege de lage rente die werd veroorzaakt doordat de Fed, de Amerikaanse centrale bank, enorme hoeveelheden geld uit het niets creëerde. Hiermee is een zeepbel gecreëerd die nu is gebarsten.

Negatieve rente
Sinds 2001 heeft de Fed meer dan 70% gecreëerd van de geldhoeveelheid die zij heeft gecreëerd in de 88 jaar dat de Fed daarvoor bestond: dat is meer dan 2000 miljard dollar. Dit gebeurde met het expliciete doel om de rente lager te krijgen dan de rente die anders in de vrije markt was ontstaan. Van 2001 tot 2004 zorgde de Fed er op deze manier voor dat de  federal funds rate lager dan 2% was, en van juli 2003 tot juni 2004 zelfs rond de 1%. Daardoor daalde de rente die banken aan spaarders betaalden onder het niveau van de inflatie, zodat sparen geld kostte in plaats van opleverde. Dit gebeurde opzettelijk, met het doel om investeringen en consumentenuitgaven te vergroten, in de veronderstelling dat door deze vorm van interventie de economie harder groeit.

Kapitaalvernietiging
De Fed streefde dus naar een feitelijk negatief rendement op geïnvesteerd vermogen. Dat hebben ze gekregen, maar dan op een veel grotere schaal dan verwacht. Wat de Fed heeft bereikt, is een negatief rendement in de vorm van een verlies van een groot deel van het geinvesteerde kapitaal. Sinds de kredietcrisis is begonnen, hebben financiële instellingen zo’n 500 miljard dollar afgeschreven op hypotheken, en hiervan afgeleide effecten. Als er niets verandert, komt daar nog zo’n 1000 tot 1500 miljard dollar bij. Dit enorme verlies van kapitaal heeft ervoor gezorgd dat banken geen leningen meer kunnen verstrekken aan bedrijven waaraan anders wel geld geleend zou zijn. Het beleid van de Fed heeft er dus toe geleid dat geld is geleend aan mensen die niet kredietwaardig waren. Dit geld kan nu dus niet geleend worden aan bedrijven die veel kredietwaardiger zijn en het kapitaal nodig hebben om te overleven.

Kredietgaranties
Wanneer de overheid een krediet garandeert, is er geen reden meer voor de kredietverschaffer om zich te verdiepen in de kredietwaardigheid van de kredietnemer. Hij kan geen verlies lijden door het krediet te verschaffen, hoe slecht deze beslissing ook uitpakt. Veel Amerikaanse hypotheken werden door de overheid gegarandeerd op basis van lage eisen, die steeds verder werden verlaagd.

Community Reinvestment Act
De Amerikaanse federale overheid heeft een wet uitgevaardigd, de Community Reinvestment Act, waardoor banken werden gedwongen om leningen te verstrekken aan mensen die eigenlijk niet kredietwaardig waren. Daarmee konden deze mensen huizen kopen, die ze anders niet hadden kunnen kopen. Het geleende geld kon vaak natuurlijk niet terugbetaald worden, waardoor het hele kaartenhuis wel in elkaar moest storten.

Waarom geven politici en de media de vrije markt de schuld?

Uit deze grondige analyse blijkt dat niet de vrije markt, maar overheidsinterventie deze financiële crisis heeft veroorzaakt. Hoe komt het dan dat de politici en de media de vrije markt de schuld geven?

Staatsmonopolie op onderwijs
De overheid monopoliseert het onderwijs al meer dan honderd jaar. Het salaris van nagenoeg alle onderwijzers, leraren en professoren wordt betaald door de overheid. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Hiermee heeft de overheid de loyaliteit gekocht van alle docenten, zonder dat zij of anderen daarvan bewust zijn. Het geloof dat een grote overheid die veel belasting heft en veel geld uitgeeft, goed voor ons is, wordt met de paplepel ingegoten. De meeste mensen zijn plooibaar tot hun 25ste, daarna staan zij nauwelijks nog open voor nieuwe ideeën. Juist in deze plooibare periode worden mensen door de overheid gevormd. Tot hun 18de door middel van de ‘leer’plicht. In de periode daarna hoeven mensen die hoger onderwijs gaan volgen hiervoor niet te betalen, maar krijgen zij geld toe. Niet alleen de docenten, maar ook de studenten worden zo beïnvloed om de overheid te gaan zien als een grote broer die goed voor hen zorgt.

Vrije markt-economen genegeerd
Door dit proces wordt met name het onderwijs beïnvloed in wetenschappen die van grote invloed kunnen zijn op toekomstig overheidsbeleid, en dus bij uitstek algemene economie. Wie een studie algemene economie volgt, maakt niet of nauwelijk kennis met het werk van vrije markt-economen als Ludwig von Mises, George Reismanof Murray Rothbard, en zelfs niet met Nobelprijswinnaars als Milton Friedman, Friedrich von Hayek, Gary Becker, Vernon Smith of James Buchanan. Hoe komt dat? Deze economen brengen een boodschap, die politici en andere voorstanders van een grote overheid niet graag horen: de grootte, de macht en de uitgaven van de overheid moeten zeer drastisch worden ingekrompen. De theorieën van economen zoals Keynes, die menen dat de overheid veel belasting moet heffen, veel geld moet creëren en veel geld moet uitgeven, klinken onze politici daarentegen als muziek in de oren. Het zou ons dan ook niet moeten verbazen dat economen zoals Keynes een zeer grote invloed hebben gehad op het door de overheid gemonopoliseerde onderwijs.

Meer weten?
Bovenvermelde vrije markt-economen, met name Rothbard en Reisman, hebben mij en dit artikel sterk beïnvloed. Wie meer wil weten over de ideeën die in dit artikel worden beschreven, raad ik aan hun boeken te lezen, of te beginnen met het bezoeken van de volgende websites:

www.libertarisme.nl            www.libertarianism.com
www.MeerVrijheid.nl            www.mises.org
www.vrijspreker.nl            www.GeorgeReisman.com
www.LibertarischePartij.nl        www.cato.org    
www.Rothbard.be            www.reason.org
            
Over Toine Manders
Toine Manders is directeur van het Haags Juristen College. Het HJC is gespecialiseerd in tax planning, estate planning, vermogensbescherming en oprichting en beheer van vennootschappen en trusts voor ondernemers, consultants en vermogende particulieren.
Daarnaast is hij voorzitter van de Libertarische Partij. De LP streeft naar onbeperkte economische vrijheid en onbeperkte persoonlijke vrijheid van het individu, en is principieel tegen staatsmonopolies, belastingheffing en regulering.



Bron: meervrijheid

Voeg toe aan: