Zoeken
 


Aangifte gerechtshof tegen ministerie

Laatste wijziging: maandag 1 december 2014 om 08:36, 886 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
maandag 1 december 2014

De president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 november namens het hof aangifte gedaan tegen het ministerie van Financiën wegens het beïnvloeden van getuigen. Het hof wil de verantwoordelijke personen binnen het ministerie, onder wie mogelijk staatssecretaris Eric Wiebes en minister Jeroen Dijsselbloem, strafrechtelijk laten vervolgen wegens verdenking van een misdrijf waar maximaal vier jaar gevangenisstraf op staat.

Het hof doet deze unieke aangifte nadat het ministerie van Financiën tijdens een slepende rechtszaak de instructie had gegeven aan twee getuigen om in de rechtszaal niet de waarheid te spreken. De twee ambtenaren die als getuige in een rechtszaak gehoord werden, hadden de instructie te zwijgen, terwijl ze geen verschoningsrecht hadden.

Ze zwegen tegen de nadrukkelijk opdracht van het hof in en dat was bovendien in strijd met een eerdere uitspraak van de rechtbank.

"Er spelen hier andere belangen en er heeft op hoge niveaus afstemming plaatsgevonden."

Uit de aangiftebrief van het hof blijkt dat het ministerie van Financiën dit zwijgen tijdens de zitting als volgt goedpraatte: “Er spelen hier andere belangen en er heeft op hoge niveaus afstemming plaatsgevonden", zei de landsadvocaat tijdens de zitting namens de Belastingdienst.

Anonieme tipgever

De zaak draait om een tipgever die in 2009 namen en andere gegevens van zwartspaarders aan de Belastingdienst verkocht. De Belastingdienst - toen nog onder leiding van staatssecretaris Jan Kees de Jager - kocht informatie van die tipgever over mensen die in Luxemburg bij diverse banken waaronder de Rabobank voor miljoenen aan geld zouden hebben staan. Soms betrof die informatie niet meer dan enkele handgeschreven aantekeningen die moesten bewijzen dat iemand geld in Luxemburg verstopte.

Percentage

Zwartspaarders eisten bij de rechtbank dat de Belastingdienst de identiteit van de tipgever bekendmaakte om de betrouwbaarheid van de informatie te kunnen vaststellen. De rechtbank was het daarmee eens en stelde in een tussenvonnis vast dat de identiteit onthuld moest worden.

Het ministerie van Financiën ging tegen dat tussenvonnis niet in beroep, maar weigert tot op de dag van vandaag aan die uitspraak gehoor te geven. De anonieme tipgever krijgt nog steeds met regelmaat een percentage van de naheffingen die de belastingdienst dankzij zijn informatie kan innen.

De Belastingdienst zegt in een reactie dat de naam van de tipgever niet openbaar wordt gemaakt. "In meerdere zaken is door rechtbanken geoordeeld dat de naam van deze tipgever niet openbaar hoeft te worden gemaakt om zo de identiteit van de tipgever te beschermen." (Lees de volledige reactie van de Belastingdienst)

Geen begrip

Het hof wil alsnog de naam weten van de anonieme tipgever en wil nu dus de eindverantwoordelijken van het ministerie aanpakken, in plaats van de twee zwijgende ambtenaren te vervolgen voor meineed. In de aangiftebrief schrijft de president van het hof: "Het gerechtshof heeft evenwel begrip voor de benarde positie waarin de getuigen rijksambtenaren X. en Y. zich hebben bevonden."

Maar het tegenovergestelde geldt voor het ambtelijk bevel aan de ambtenaren om te zwijgen. De president van het gerechtshof schrijft: "Voor een dergelijk instructie (..) bestaat bij mij echter geen begrip. Dit is een gedraging binnen het apparaat van de Nederlandse Overheid waartegen artikel 162 Wetboek van Strafvordering de Nederlandse samenleving beoogt te beschermen."

 



Bron: nos.nl

Voeg toe aan: