Zoeken
 


BP probeert bewijzen voor olieramp weg te moffelen

Laatste wijziging: woensdag 30 juni 2010 om 10:27, 1340 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
woensdag 30 juni 2010

De oliemaatschappij BP die het lek in de Golf van Mexico heeft veroorzaakt, zet alle hens aan dek om de ware omvang van de ramp te verdoezelen. Hulpverleners worden het zwijgen opgelegd, dode dieren worden weggemoffeld, de rampgebieden worden ontoegankelijk verklaard en journalisten het zwijgen opgelegd.

Volgens de New York Times is de toegang tot de kustgebieden in de Golf voor journalisten bijzonder lastig geworden. De autoriteiten hebben op verschillende plaatsen de toegangswegen naar de kuststrook versperd en nieuwsgierige journalisten worden zonder verwijl teruggestuurd.

Terwijl journalisten de eerste week na het ontstaan van het lek nog de toelating kregen om in groep de rampzone te bezoeken, begon de kustwacht dit later weer af te bouwen. Veel heeft ook te maken met de manier waarop BP haar crisiscommunicatie voert. Omdat het bedrijf volgens de wetgeving helemaal geen transparante politiek moet voeren, hoeft het zich helemaal niet om de politiek of de publieke opinie te bekommeren.

Het was pas na heel veel kritiek dat BP een aantal video’s over het olielek aan het Amerikaanse Congres bezorgde die ze doorstuurde naar CNN. De New York Times is ontsteld door deze aanpak omdat het helemaal de taak van het Congres niet is om video’s te bezorgen aan CNN. De situatie in de Golf vereist een tactvolle aanpak. Maar het zou zeker een ramp worden als de media het recht ontzegd wordt om te vertellen wat er echt aan de hand is, aldus de New York Times. 

Ook Newsweek maakt gewag van verregaande pogingen om de journalisten het werken te beletten en de fotografen te verhinderen om foto’s te nemen van de zwaar getroffen gebieden. Bovendien hebben de overheden van verschillende staten in samenspraak met BP de toegang tot websites waarop de meest schrijnende foto’s te zien waren geblokkeerd. Een cameraploeg van CBS werd bedreigd met arrestatie toen ze probeerde om de gevolgen van de ramp te filmen en een verantwoordelijke van BP in Louisiana vertelde een onderzoeksjournalist van het gereputeerde magazine Mother Jones dat het reservaat van Elmer’s Island alleen kon bezocht worden als hij vergezeld werd door iemand van BP.

Ook journalisten van de New York Daily News  werden bedreigd toen ze Elmer’s Island wilden bezoeken. Maar een dag later konden ze de trip wel maken met de hulp van een onderaannemer van BP die genoeg had van de manier waarop BP de zaak in de doofpot wou steken. 

Gezondheidsklachten

Want er is heel wat aan de hand achter de schermen. Nogal wat mensen die ingezet werden om de stranden te ruimen kregen ademhalingsproblemen. Maar BP weigert om de resultaten van de luchtstalen die genomen werden om te zien of de olie giftige bestanddelen bevat, te publiceren. De Occupational Safety and Health Administration (OSHA) die er probeert voor te zorgen dat de opruimers in redelijk veilige omstandigheden hun werk kunnen doen, hangt volledig af van deze informatie. Volgens BP is er niets aan de hand en zijn de autoriteiten van die resultaten op de hoogte. 

De zee en de stranden worden schoongemaakt door arbeiders die niet afkomstig zijn uit de betrokken staten. Er hangt een sterke visgeur langs de kust. En dat is ongewoon zeggen de plaatselijke bewoners. “Gewoonlijk ruik je geen vis, nooit.” Van officiële zijde wordt er ook sterk de nadruk op gelegd dat er naar verhouding erg weinig dode dieren aanspoelen.

Milieudeskundigen weten beter. De dieren sterven op zee en zinken naar de bodem. De dode dieren worden daarom rechtstreeks uit het water gehaald, nog voor ze kunnen aanspoelen. En het is niet alleen vis die wordt bovengehaald, bevestigen de opruimers. Op plaatsen langs de kust waar de overheid grote natuurreservaten beheert, mogen de rangers van het International Bird Rescue Research Centre niet meer komen zoeken naar zieke of gewonde vogels.  

Uit het oog uit het hart

Maar ondertussen maken wetenschappers en technici die werken voor de overheid zich wel zorgen over de duizenden vaten enorm giftige olieverdunner Corexit die BP in de zee heeft gestort. Het goedje doet de olie weer naar de bodem van de zee zinken en is strikt verboden in het Verenigd Koninkrijk. “Als we  nu kijken naar de impact die de verdunner heeft op de voedselketen en het biodiversiteit in een marine ecosysteem zouden we het nooit uitgevonden hebben”, zegt Richard Carter, een adviseur van de overheid en expert van het Defenders of Wildlife Action fund. Corexit is schadelijk voor de rode bloedcellen, de lever en de nieren en veroorzaakte bij de ramp van de Exon Valdez ook al gezondheidsproblemen bij de vrijwilligers die de stranden opruimden. 

Besmette dieren in de voedselketen?

Veertig procent van de vis die in 48 Amerikaanse staten gegeten wordt komt uit de Golf. Vissers werken nu samen met regeringsambtenaren om de besmette vis te scheiden van de vis die nog goed is voor consumptie. In het Center for Applied Environmental Public Health van de Tulane University worden dagelijks testen uitgevoerd. Dat gebeurt ook met “sniffers”, mensen die kunnen ruiken of de vis besmet werd door de olie. Dat is naar het schijnt de gemakkelijkste manier om te ontdekken of de vis nog goed is om te eten of niet.



Bron: dewereldmorgen.be

Voeg toe aan: