Zoeken
 


Depressie epidemie

Laatste wijziging: woensdag 13 januari 2010 om 12:09, 2680 keer bekeken Print dit artikel Bekijk alle nieuws feeds van onze site
 
woensdag 13 januari 2010

Inleiding:

 

Al jaren vroeg ik me af hoe het toch komt dat er zoveel antidepressiva worden geslikt. Zijn de mensen zoveel ongelukkiger geworden? Of schrijft de dokter te lichtzinnig zijn recepten voor?

 

Wat is de rol van de farmaceutische industrie in deze toename van het slikken van medicijnen die bijwerkingen hebben die niet gering zijn?

 

Ik vond een boek rijk aan waardevolle informatie over deze precaire materie en voor mij een  eye-opener. “De Depressie-epidemie” van prof. dr. Dehue gaf mij inzichten. Nergens bagetaliseert zij in haar boek het psychische lijden waar mensen enorm onder gebukt kunnen gaan. Ook komt zij niet met kant-en-klaar antwoorden op hedendaagse problemen. Wel geeft zij ons een doorwrocht werk boordevol feitelijke informatie, dat toch niet saai is om te lezen. Ze geeft de lezer die niet op de hoogte is van bepaalde toestanden onthutsende informatie, maar weet dit te doen zonder te vervallen tot oordelen.

 

Na een korte introductie van de schrijfster, wil ik ingaan op de inhoud van het boek. Omdat het werk heel veel belangrijke zaken aankaart, was het moeilijk om een keuze te maken en dingen weg te laten. Ik heb dan ook getracht om de grote lijnen van het boek te volgen.

Vervolgens heb ik Trudy Dehue enkele vragen gesteld en het gesprek weergegeven.

 

Introductie:

 

Prof. dr. G.C.G. (Trudy) Dehue studeerde zowel af in de psychologie als in de filosofie. Daarvoor werkte ze met een hbo diploma in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit Groningen.

In 1990 promoveerde ze cum laude op een proefschrift over de historische veranderingen in de betekenis van het begrip “wetenschap”.

In haar boek “De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen”(2008), gaat zij in op het begrip depressie.

 

Nederland lijkt op het eerste oog een gelukkig welvarend land, maar toch worden er schrikbarend veel antidepressiva geslikt. Mevrouw Dehue vroeg zich af hoe dit mogelijk is. In haar heldere boek “De depressie-epidemie” legt ze uit hoe het woord depressiviteit van betekenis veranderde en geeft ze een grondige analyse van de rol die de psychiatrie, de farmaceutische industrie, de biologische wetenschap, de journalistiek, de overheid en de hulpverlening gespeeld hebben in de beeldvorming van psychische problemen.

 

INHOUD BOEK:

 

WE SLIKKEN BERGEN ANTIDEPRESSIVA.

 

Het gebruik van antidepressiva pillen stijgt schrikbarend. Vooral in welvarende landen en ook in Nederland. In 2006 slikten al ruim een miljoen Nederlanders deze pillen.

 

Ook zijn er allerlei andere therapieën om depressies te bestrijden. Denk aan psychotherapie, hypnotherapie, lichttherapie, acupunctuur etc.

Daarnaast wordt er veel aan zelfhulp gedaan. Mensen slikken Sint-janskruid en omega-3 vetzuren, doen aan sport of gaan proberen hun brein te reguleren door neurolinguïstisch programmeren (een methode van intrapersoonlijke en interpersoonlijke communicatie en verandering van subjectieve ervaringen) of neurofeedback.(hersenactiviteit trainen)

 

Hoe is dit zover gekomen? Zijn we week geworden door de verzorgingsmaatschappij en klagen we te snel? Is het de farmaceutische industrie die mensen vol wil proppen met pillen om veel geld te verdienen of is er nu pas oog voor de depressiviteit waaronder mensen lijden en werd deze aandoening vroeger onderbehandeld?

 

Mevrouw Dehue laat zien dat het een samengaan van verschillende factoren is die ervoor zorgen dat we met z’n allen in een depressie-epidemie zijn beland en dat er veel meer aan de hand is dan de drie bovengenoemde verklaringen. Ze komt dan ook met een vierde verklaring.

 

OMSCHRIJVING VAN DEPRESSIE.

 

De meeste Nederlandse tests en zelftests voor depressie zijn gebaseerd op de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders- dit zijn door de American Psychiatric Association vastgelegde maatstaven voor psychiatrische ziektelabels zoals depressie).

 

In de herziene vierde versie van de DSM uit 2000 staat dat men een “dysthyme stoornis” heeft als men gedurende minstens twee jaar doorgaans somber is en daarbij hinder ondervindt in het functioneren. Iemand heeft echter al een “majeure depressieve stoornis”als deze persoon minstens twee weken aan minstens vijf criteria voldoet, zoals een neerslachtige stemming en gebrek aan belangstelling voor de dagelijkse bezigheden en verder last heeft van energieloosheid, besluiteloosheid, slecht concentratievermogen, overdreven gevoelens van schuld of waardeloosheid, te veel of te weinig slapen of te veel of te weinig bewegen, sterk aankomen of afvallen of terugkerende doodsgedachten. Het dagelijks functioneren moet wel belemmerd zijn en deze factoren mogen niet uit rouw voortkomen.

 

Zo te zien zijn het nogal flexibele criteria. Door de tijd heen is er verschillend over ziekten gedacht.

 

Zo werd in het midden van de negentiende eeuw ziekten beschouwd als een balansverstoring tussen het individu en zijn omgeving. In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderden mede door de ontdekking van bacillen bepaalde overtuigingen over ziekten. Ze werden gezien als zelfstandige entiteiten, die als dingen rondwaarden en mensen konden treffen. Hierdoor gingen we van een holistisch ziektemodel naar een entiteitsmodel. De Duitse  psychiater Kraepelin ging stoornissen classificeren op basis van overeenkomsten van patiënten.

 

De beroemde psychiater Freud wees het entiteitsmodel af en zag psychische ziekten eerder als een gevolg van innerlijke conflicten die uniek zijn per persoon en een luisterend oor was in zijn opinie dan ook onontbeerlijk voor de hulpverlening aan psychiatrische patiënten. Hij was een aanhanger van het psychodynamische model.

 

Om behandelingen vergoed te krijgen van verzekeraars werd het echter belangrijk om diagnoses te stellen en dus noodzakelijk om klachten van patiënten te categoriseren. De DSM werd steeds groter. Elke versie werd dikker. Het boek de stoornissen op die voorkomen in de bevolking. Het doet geen uitspraken over de oorzaken en haar labels staan dan ook slechts voor bij elkaar gegroepeerde symptomen. Zo is bijvoorbeeld de term ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) een beschrijving van een aantal gedragskenmerken, en geen oorzaken van die kenmerken, en toch zien zowel burgers als hulpverleners de term AHDH als een ziekte en steeg het aantal recepten dat uitgeschreven werd voor deze aandoening explosief.

Ook auteurs van wetenschappelijke teksten zien de labels van de DSM aan voor echte ziekten met alle gevolgen van dien.

 

Wanneer mensen labels tot onderdeel van hun identiteit maken en ernaar gaan leven worden deze labels harde feiten.

 

De wetenschap categoriseert/beschrijft de werkelijkheid en in zoverre de classificaties van een bepaalde wetenschap overgenomen wordt bepaalt het succes van de desbetreffende wetenschap.De  DSM is een eclatant succes geworden. Miljoenen exemplaren zijn er in omloop en het boek is maar liefst in tweeëntwintig talen vertaald. Het gevolg hiervan is dat bepaalde gedragingen in landen de status van stoornis hebben gekregen die ze daar aanvankelijk niet hadden. In Japan bijvoorbeeld bestond depressie niet als ziekte, maar werd melancholie gezien als teken van gevoeligheid en wijsheid.

 

De realiteit verandert mee met de classificaties die de wetenschap ervan maakt. Toen het psychodynamische model van met de derde versie van de DSM veranderde in een entiteitsmodel had dit invloed op de manier waarop psychische aandoeningen beschouwd werden. Wanneer depressiviteit in biologische termen gedefinieerd wordt lijkt praattherapie niet zo zinvol.

 

NEERSLACHTIGHEID IN BIOLOGISCHE TERMEN GEDEFINIEERD.

 

Inmiddels wordt depressiviteit al gezien als een hersenziekte.

 

Na de Tweede Wereldoorlog werd hydrazine, een brandstof voor raketten verkocht aan de farmaceutische industrie. Die maakte hier iproniazide van en wilde dit inzetten als middel tegen tuberculose.

 

De tuberculoselijders werden er buitengewoon vrolijk van en het concept van een stemmingsverbeteraar was geboren. Het middel had vreselijke bijwerkingen (cardiovasculaire problemen, bloedarmoede en leverschade), maar het idee van geluk uit een pilletje was ontstaan.

 

De ene na de andere pil werd ontworpen en in 1986 kwam de grote klapper Prozac. Dit middel behoort tot de SSRI’s (Selective Serotonin Reuptake Inhibitors).Deze naam drukt het vermoeden uit dat de pillen werken doordat ze de doorstroming van serotonine in de hersenen bevorderen.(in technische termen: doordat ze de heropname remmen van serotonine door het presynaptische neuron).Dit was dus slechts een vermoeden. Heel veel feiten over SSRI’s waren niet duidelijk en over het precieze effect ervan was men het ook oneens. Bij vroege proeven met bloedzuigers werden deze dieren vooral hongerig en vertoonden ze meer bijtgedrag.

 

Prozac-fabricant Lilly deed gigantisch veel aan reclame voor dit middel.

 

Een vloedgolf van nieuwe SSRI’s  overspoelden vervolgens de markt: Fevarin, Cipramil, Zoloft en Seroxat. Zij werden grif verkocht, net als hun opvolgers de SNRI’s (Serotonin and Norepinephrine Reuptake Inhibitors) : Cymbalta en Efexor.

 

Het succes van deze middelen was zo enorm dat in 2005 Efexor in de wereldtoptien van de meest verkochte medicijnen kwam.

 

Ook al is er tot op de dag van vandaag nog steeds geen bewijs voor de hypothese dat de oorzaak van neerslachtigheid in de hersenen ligt, de enorme hype van de SSRI’s en SNRI’s, zou ons anders doen geloven.

 

De biologie van depressie is nog steeds een raadsel, genen die stemmingsstoornissen zouden veroorzaken zijn nog steeds niet gevonden en hersenscans van gezonde en depressieve mensen zijn ook niet eenduidig. Er zijn verschillen tussen de scans van de mensen die lijden onder neerslachtigheid en er is sprake van een overlap van de scans van gezonde en depressieve mensen.

 

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er geen biologische factoren in het spel zijn, maar dit laat wel zien dat er heel veel veronderstellingen zijn en geen zekerheden.

 

DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE EN DE WETENSCHAPPELIJKE ONDERZOEKER ALS ONDERNEMER.

 

Veel wetenschappelijke onderzoekers zijn ondernemers geworden. Ze moeten zorgen dat hun ideeën of producten verkocht worden. Het gevolg is dat in hun artikelen hypothesen worden gebracht als op handen zijnde doorbraken. Vervolgens neemt de media het over en presenteert onzekerheden die nog verder onderzoek behoeven als vaststaande feiten.

 

Sinds 1997 mogen farmaceutische bedrijven in de Verenigde Staten zich richten op voorlichting aan het grote publiek. Op tv, in kranten en tijdschriften ziet men advertenties voor bepaalde middelen tegen allerlei ziekten. Via internet  bereiken ze eveneens de mensen buiten Amerika. Er zijn veel websites voor antidepressiva met zelftests en uitleg van de serotoninetheorie. De formuleringen zijn zodanig dat het wetenschappelijk mag. Ze balanceren dus op het randje van de toelaatbaarheid door niet al te krasse uitspraken. Ondertussen suggereren ze echter wel dat depressiviteit een biologische oorzaak heeft en de afbeeldingen van neurotransmitters in de synaptische spleet tussen neuronen spreken boekdelen. Mensen realiseren zich door dergelijke plaatjes niet dat het slechts om hypotheses gaat. Vermoedens worden gepresenteerd als zekerheden.

 

Reclamebedrijven verzorgen de campagnes van de farmaceutische bedrijven. Vaak worden beroemdheden uit de kast gehaald (celebrity buzz) om hun “ziekte-bewustwordingscampagnes” kracht bij te zetten. Een beroemdheid bekent dan het probleem ook te hebben of gehad te hebben.

 

In Nederland mag geneesmiddelenreclame niet, maar gebeurt het indirect via websites. Soms worden deze websites via radiospotjes aangeprezen. Ook was in 2005 de samenwerking van Wyeth met het onderzoeksbureau TNS-Nipo regelrechte reclame voor anti-depressiva. Het persbericht “Forse daling ziekteverzuim door antidepressiva”werden door De Telegraaf en Spits overgenomen. De omzetstijging van Wyeths antidepressivum Efexor bewees hoe goed deze reclamecampagne aansloeg.

 

Het is eveneens shockerend om te weten dat academici regelmatig medicijnen promoten en hier geld voor toucheren.

 

De journalist Joop Bouma publiceerde in 2006 een boek getiteld “Slikken. Hoe ziek is de farmaceutische industrie”. Hij noemt namen van bekende medici die reisjes maken betaald door de farmaceutische industrie en vervolgens de producten van hun sponsors aanprijzen. Ook andere onregelmatigheden zoals gesponsorde patiëntenverenigingen komen aan bod in zijn boek.

 

“Psychiaters te koop? De invloed van de farmaceutische industrie op het psychiatrisch denken en handelen”(2006) een boek van Walter Vandereycken en Ron van Deth is eveneens een voorbeeld van het feit dat Nederland wel degelijk “Amerikaanse toestanden” kent. Het boek gaat over de zelfverrijking van psychiaters die medicijnen promoten en biologische hypothesen als waarheid presenteren.

 

Ook het idee dat de reclamecampagnes worden betaald door de verkoop van medicijnen is niet bepaald vrolijk makend.

 

Het feit dat het voortbestaan van universitaire onderzoeksgroepen steeds meer afhankelijk is van het geld dat ze zelf binnenbrengen is ronduit bedroevend. De wetenschapper is hiermee een ondernemer geworden. Onderzoek dient lucratief te worden. Het binnenhalen van biomedische patenten is inmiddels een miljoenenhandel geworden.

 

Universiteiten richtten biotechnologische bedrijven op en gaan naar de beurs.

 

Op deze manier vallen de “softe therapieën”steeds meer buiten de boot en in de marge van de wetenschap. Hiermee valt domweg niet genoeg geld te verdienen.

 

BIJWERKINGEN VAN ANTIDEPRESSIVA, RTC’s en BELANGENVERSTRENGELING.

 

Natuurlijk zijn er mensen die grandioos opknappen door het slikken van antidepressiva, maar hoe dat komt weet men nog niet. Het placebo-effect speelt mogelijk ook een rol. De bijwerkingen die deze middelen geven zijn echter niet bepaald gering.

 

De stichting Pandora meldt de volgende neveneffecten van de pillen: suïcidale neigingen, agressie, afvlakking van gevoelens, libidoverlies, huidsuitslag, droge mond, transpireren en nog veel meer. Ook zijn er ernstige onthoudingsverschijnselen waardoor het afbouwen vaak moeizaam verloopt.

 

Men vraagt zich af hoe dergelijke gevaarlijke middelen toch op de markt komen. Worden ze niet eerst getest? Ja meestal via RCT’s.

 

RCT’’s (randomized clinical trial of randomized controlled trial) zijn experimenten die de medicijnen moeten testen. Simpel gesteld gaat het hier meestal om twee vergelijkbare groepen mensen die pillen toegediend krijgen. Meestal krijgt de ene groep het te testen geneesmiddel en de andere groep een placebo, een neppil. De experimenten zijn dubbel blind, dat wil zeggen dat nog de proefpersonen noch de uitvoerders van het experiment weten wie welke pil krijgt. Deze procedure dient om na te gaan of mensen opknappen door het medicijn zelf of door het idee dat ze worden geholpen.  Gaan de deelnemers die de neppil krijgen er even hard op vooruit als degenen die het echte medicijn slikken?

 

Nadat deze RCT’s beoordeeld zijn, wordt er besloten of een middel een licentie krijgt.

 

RCT’s zijn echter verre van volmaakt. De experimenten duren veelal een paar weken en dit is vaak te kort om de bijwerkingen goed in te kunnen schatten. Ook is een experiment met proefpersonen in een kunstmatige omgeving niet vergelijkbaar met het echte leven. RCT’s gaan er bovendien van het entiteitsmodel uit. RCT’s en de holistische therapie die naar het levensverhaal van de patiënt kijkt, zijn immers niet verenigbaar.

 

De uitslagen van de experimenten laten zien dat de helft van de mensen niet opknapt door een antidepressivum en dat de meerderheid van de helft die wel een verbetering toont eveneens zou opknappen door een placebo.

 

Een andere reden tot zorg is het feit dat de functie van de RCT in de loop van de tijd veranderd is, en niet ten goede. De RCT had oorspronkelijk als doel om farmaceutische middelen te controleren. Tegenwoordig is het veeleer een middel geworden om medicijnen te promoten. Een medicijn komt tegenwoordig op de markt door bewijsvoering die gemaakt is in opdracht van de farmaceutische industrie.

 

Het geneesmiddelenonderzoek wordt steeds meer verricht door commerciële onderzoeksorganisaties. Deze organisaties zijn afhankelijk van hun opdrachtgevers. In plaats van dat het hun taak is om de opdrachtgevers te controleren, helpen ze hen om medicijnen op de markt te krijgen.

 

Ook fuseerden onderzoeksorganisaties steeds vaker met reclamebedrijven. Al tijdens het onderzoek wordt er aan reclame voor de middelen gewerkt die uitgetest worden. Tegenvallende resultaten worden achtergehouden en positieve uitslagen aangedikt.

 

Er zou een betere regelgeving en controle moeten komen om dit soort toestanden te vermijden. De financiering van het medicijnonderzoek zou niet in handen moeten liggen van de farmaceutische industrie zelf.

 

DE ROL VAN DE OVERHEID

 

De hebzucht van de farmaceutische industrie en hun aandeelhouders is niet de enige factor die een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de depressie-epidemie. Ook de overheid verspreide de boodschap dat depressiviteit een ziekte is die onderbehandeld is.

 

Het Trimbos instituut heeft in Nederland een actieve rol gespeeld.”Doorbraakproject Depressie”en “evidence-based depressiezorg in de regio” zijn initiatieven van het Trimbos instituut om mensen bewust te maken van deze ziekte. Het is de bedoeling dat depressiviteit eerder getraceerd wordt en artsen de ziekte makkelijker leren herkennen bij hun patiënten.

 

Waarom doet de overheid dit toch? Zijn wij echt kasplantjes geworden die heel veel zorg behoeven?

 

De depressie-epidemie ontstond eigenlijk pas toen de verzorgingsstaat steeds meer verdween.

 

De overheid zorgt juist minder, maar wil dat burgers steeds beter voor zichzelf leren zorgen. Zelfredzaamheid wordt steeds belangrijker en mensen moeten leren beter te functioneren.

 

GELD

 

Toegenomen levenslust is uit te drukken in euro’s, tenminste in de beleidsnota’s over depressiviteit. De kop van een persbericht over het Landelijk Depressie Initiatief (o.a. dertig GGZ- instellingen en het Trimbos instituut werkten hieraan mee) luidde dan ook “Kostenbesparing 600 miljoen euro”. Psychische stoornissen en met name depressiviteit zorgen voor een groot deel van de WAO-instroom volgens deze nota.

 

Het probleem van onvoldoende levenslust is dus in het neoliberale marktdenken vooral een probleem van afgenomen productiviteit. Neerslachtigheid en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor het dagelijks functioneren kosten de maatschappij geld.

 

Therapie wordt veelal vervangen door voorlichtingen, trainingen en cursussen. Mensen moeten zichzelf verbeteren en actief, dynamisch en succesvol worden als ze dat nog niet zijn. Doen ze dat niet dan heten ze “depressief”, zodat dit woord er een extra betekenis bij gekregen heeft.

 

Individuele verantwoordelijkheid en ziekte preventie worden essentieel. We moeten onszelf als ondernemingen beschouwen en die dienen goed te functioneren. Er zijn tal van manieren om tot zelfverbetering te komen. We dienen het lot in eigen handen te nemen en dingen te doen die goed voor ons zijn zoals sporten en gezond eten.

 

De media werkt hier volop aan mee. Tijdschriften staan boordevol zelftests en zelfhulpboeken gaan als warme broodjes over de toonbank.

En wanneer het nog allemaal niet lukt is er hulp door een pil, het antidepressivum. Deze pillen worden niet voor niets vaak beschouwd als prestatiepillen.

 

De biologische interpretatie van depressiviteit ontneemt ons niet onze verantwoordelijkheid. We moeten juist leren onze gebreken te overstijgen. Door een actieve preventieve aanpak van onszelf kunnen we ervoor zorgen dat we maximaal blijven functioneren.

 

Symbolisch is de “tail suspension test”, een proef die met muizen wordt uitgevoerd. De diertjes worden aan hun staartje opgehangen en de mate en duur van hun verzet wordt opgemeten. Deze dieren krijgen een antidepressivum toegediend en hoe langer ze tegenstribbelen des te beter scoort het medicijn.

 

Een mens en een muis kun je niet vergelijken, maar dat depressiviteit tegenwoordig gezien wordt als een gebrek aan ondernemingslust wordt erg duidelijk uit de opzet van deze proeven.

 

Voor afwijkende mensen, de verliezers, is er steeds minder ruimte in deze maatschappij.

 

Net zoals afwijkende normen qua uiterlijk steeds meer dienen te worden weggepoetst en minder worden getolereerd , wordt afwijkend gedrag door het niet mee te willen draaien in de rattenrace van de prestatiemaatschappij steeds minder geaccepteerd.

 

 

Conclusie:

 

Er zijn veel factoren/partijen die bijdroegen aan de depressie-epidemie. De grote overkoepelende factor is de neoliberale marktmaatschappij die van alles, ook van de stemming van individuele mensen, een product maakt dat economische waarde moet hebben. Het boek laat zien doe dat uitwerkt in de farmaceutische industrie, maar ook aan de universiteiten, in de journalistiek en bij al die andere partijen, en uiteindelijk dus in het hoofd van ons allemaal.

 

Nagesprek met Trudy Dehue.

Irma:  Tot nu toe heeft de politiek niet echt gereageerd op de terechte ongerustheid over de belangenverstrengeling farmaceutische industrie/wetenschap. Heeft u hoop dat dit in de toekomst gaat veranderen?

 

Trudy Dehue: Het verandert wel een beetje de laatste tijd. Een paar jaar geleden reageerden ministers op kamervragen van de SP hierover nog volledig afwijzend. Nu erkennen ze de  problematiek deels wel.

Maar misschien ben ik naïef als ik vooral daarop let. dr Fiona Godlee, de hoofdredacteur van het beroemde tijdschrift het British Medical Journal schreef in 2008 nog een zeer negatief commentaar hierover. Ze schreef dat naar aanleiding van een onderzoekscommissie die na jarenlang bewijsmateriaal analyseren, had geconcludeerd dat het bedrijf GlaxoSmithKline inderdaad onderzoeksgegevens heeft achtergehouden over gebrekkige werkzaamheid en ernstige bijwerkingen van zijn antidepressivum Seroxat bij gebruik door kinderen en jongeren. Godlee schreef daarop bitter 'Er zal niet snel wetgeving komen hiertegen. Daar zal de machtige farmaceutische industrie wel voor zorgen'.  En dat schreef ze over Engeland, waar de overheid veel meer aandacht heeft voor deze problematiek dan in Nederland!

Overigens heeft de Britse minister van Volksgezondheid inmiddels wél een wet aangekondigd die het de farmaceutische bedrijven verbiedt dergelijke
negatieve onderzoeksuitkomsten achter te houden. GlaxoSmithKline kwam er nog mee weg omdat zo'n wet er niet was, maar dat is in de toekomst dus niet meer zo, althans in Engeland en trouwens ook in de VS. Toen ik mijn boek afrondde in mei 2008 was er van Nederlandse wetgeving op dat
terrein nog geen sprake.

Irma:

Eigenlijk moet die belangverstrengeling afgelopen zijn. Hoe zou dit te realiseren zijn ? Het lijkt nu alsof onderzoek steeds minder wetenschappelijk en objectief wordt.

Trudy Dehue:

Het is niet zozeer dat onderzoek minder wetenschappelijk en objectief wordt, want wetenschap is altijd op vooronderstellingen gebaseerd. Het probleem is vooral dat deze vooronderstellingen in steeds sterkere mate die van belanghebbende partijen zijn die het onderzoek kunnen betalen.

Verandering zal moeten ontstaan via bewustwording van de problemen onder wetenschapsbeoefenaren en vooral universiteits- en ziekenhuisbesturen, maar eigenlijk in de hele bevolking. De bevolking moet op grote schaal van politici gaan eisen dat ze er iets aan doen. Al jaren is het in Nederland alleen de SP (en een beetje de PvdA) die de belangenverstrengeling aankaart in de wetenschap en de medische hulpverlening. Andere politieke partijen doen er nauwelijks iets aan. Zelfs waarschuwende rapporten van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) leggen de verantwoordelijke ministers grotendeels naast zich neer.

De SP (ik ben geen lid en het gaat me dus niet om partijreclame) heeft trouwens een boekje gemaakt '25 medicijnen tegen te grote macht van de farmaceutische industrie' dat met het googelen van zoektermen uit de titel op internet te vinden is. Daar staan heel zinnige voorstellen in, zoals dat van een pot voor onafhankelijk geneesmiddelenonderzoek waar ook de farmaceutische industrie aan moet gaan bijdragen.

Irma:  U geeft ontzettend duidelijk weer hoe de term depressiviteit geëvolueerd is. Inderdaad zie ik in mijn omgeving dat mensen zich al snel depressief noemen wanneer ze een paar weken niet presteren en zonder te simplificeren merk je gewoon dat mensen de eisen die ze aan zichzelf stellen opschroeven. Zo las ik over een vrouw die aan een antidepressivum zit omdat het voor haar moeilijk is haar baan met haar huishouding en kinderen  en de moeilijke kinderen uit het eerste huwelijk van haar man te bestieren als een volmaakt Stepford Wive."Ik ben gewoon niet lief  genoeg en kan dingen moeilijk accepteren". Dit is een enkel voorbeeld, maar ik zie heel vaak dat mensen en vooral vrouwen denken zichzelf te moeten verbeteren terwijl de situatie waarin ze zitten eigenlijk vraagt om gevoelens van onvrede, boosheid en gedeprimeerdheid en deze gevoelens in mijn ogen gezonde signalen zijn.

Trudy Dehue: Er is heel veel onderzoek naar de vraag hoe het komt dat 2/3 van de depressie behandelingen naar vrouwen gaat. Bijna al dat onderzoek is biologisch van aard en zoekt de oorzaak dus in genen en hormonen. Sociologisch onderzoek kreeg de laatste tijd het imago minder wetenschappelijk te zijn omdat het vak niet over hersenen gaat. Zo zien we over het hoofd dat vrouwen tegenwoordig moeten en willen voldoen aan het klassieke beeld van de ideale vrouw (mooi, goed gekleed, sexy) én aan het klassieke beeld van de ideale man (ondernemend, competitief, succesvol). Het boek /Stout /van Van Royen en Dekkers illustreert de combinatie van beide idealen perfect. Dat boek uit 2008 werd enorm populair en werd zelfs het thema van de Huishoudbeurs in dat jaar. Geen wonder dat vrouwen alle hulpmiddelen aangrijpen die ze kunnen krijgen om aan de maatstaven te voldoen.

Irma: De boodschap is luid en duidelijk: presteer Liefst moeten we superburgers worden die een gezin met een fulltime baan combineren en daarnaast sportief, enthousiast en hip zijn. In de damesbladen is het allemaal hetzelfde. Het blad  “chronisch ziek”dat bij de apotheek doet er ook aan mee. Dit gaat over HIV patiënten: Positief aan de slag. Belangenvereniging en reïntegratiebedrijf zoeken elkaar op. Voor meer informatie
www.hivnet.org/positiefwerkt
 

Vervolgens:
Joy van der Stel beschrijft in De kracht van mijn onmacht. Grijp de kansen die het leven je biedt hoe zij ondanks haar ernstige spastische aandoening ontwikkelde tot een zelfstandige vrouw. Ga je uit van je mogelijkheden of van je onmogelijkheden? Is de kernvraag die ze stelt. Ik heb diep respect en bewondering voor deze mensen, maar het lijkt wel een opdracht geworden om eeuwig positief te blijven en vooral productief.

Trudy Dehue: De verhalen van gehandicapte mensen die veel meer moeilijkheden moeten overwinnen en dat ook doen, zijn inderdaad ontroerend. Maar dat zijn ze ook omdat (of als) ze de boodschap brengen dat deze mensen zichzelf accepteren zoals ze zijn. Die les kunnen we er net zo goed uit trekken.

Irma:   Denkt u dat deze ontwikkeling nog zo doorzet of zou het tijdelijk zijn? Wat mij opvalt is dat de media in elk geval een nog steeds een heel erg eenzijdig beeld voorspiegelt.

Trudy Dehue:

Ik denk dat het tijdelijk is. Die bladen moeten op een gegeven moment toch eens iets anders gaan verzinnen, domweg omdat we erop uitgekeken raken. Maar het zal straks ongetwijfeld weer iets anders zijn dat we massaal moeten. Allemaal heel erg contemplatief zijn, verwacht ik, zoals je nu ziet in de beweging voor 'mindfulness'.  Dan worden we nog steeds aangespoord onszelf als ons voornaamste project te zien. Ik zie de vrouwentijdschriften bij de kapper en soms in vakantiehuizen. Zo trof ik pas ook een nummer van Opzij aan en toen was ik blij verrast. Dat tijdschrift spreekt vrouwen werkelijk aan op belangstelling voor interessante maatschappelijke kwesties. De voor de hand liggende tegenwerping is natuurlijk dat ook dat weer kan uitgroeien tot een heilig moeten. Inderdaad leidt alles wat doorslaat tot ongeluk.

Irma: Ik vroeg aan een aantal mensen of ze vonden dat het niet beter was dat er meer praattherapieën (die de diepte in gaan) zouden komen in plaats van dat mensen massaal antidepressiva slikten. De meerderheid was van mening dat dit teveel geld en tijd zou kosten en dat een pilletje handiger/goedkoper zou zijn. Ik kreeg dingen te horen in de trant van "er is al zo'n vergrijzing, verzorgingtehuizen hebben "pyjama dagen",daar is geen geld voor en zelfs "laten die losers eens aan het werk gaan i.p.v. de gemeenschap op kosten te jagen met hun gezeur over zichzelf".


Trudy Dehue: De gemeenschap wordt ook gigantisch op kosten gejaagd, maar niet doordat mensen over zichzelf zitten te 'zeuren'. Het grote punt is dat men massaal met zichzelf aan het werk is gegaan, met alle hulpmiddelen die daartoe beschikbaar zijn. Of eigenlijk moet je zeggen 'met zichzelf aan het werk /gezet/'. Er zijn bijvoorbeeld allerlei 'depressie-bewustwordings-campagnes' en niet alleen van de farmaceutische industrie. De overheid steekt er ook miljoenen in, overigens omdat economen berekenen dat de baten opwegen tegen de kosten. Daarnaast zijn er die bladen die talloze zelftests presenteren: 'ben jij wel zus of zo genoeg?, zodat iedereen zich heel goed bewust wordt van wat nog verbetering behoeft aan het eigen zelf. Dat soort krachten zien de critici over het hoofd die zich ergeren aan het 'zeuren'. Mensen zouden niet te horen moeten krijgen dat ze aan het zeuren zijn, maar misschien wel dat er belangrijker dingen op de wereld zijn dan zijzelf. Dat zou nog een bevrijding ook.

Irma: Is het niet zo dat de verharding van de maatschappij mede te danken is aan al die doemberichten dat zorg onbetaalbaar zou zijn in de toekomst en dat mensen ook daardoor dit soort uitspraken heel normaal vinden?


Trudy Dehue: Ik denk dus dat de diagnose van wat er aan de hand is moet worden bijgesteld. De meeste mensen die aan hun stemming werken, voelen zich schuldig omdat ze tekortschieten en doen juist vreselijk hun best. Antidepressiva slik je heus niet voor je lol en de gebruikers vinden ook nog vaak dat ze "het eigenlijk zelf moeten kunnen".Het is evengoed geen pretje om in therapie te zijn of een training te doen. Mensen die dit doen moeten dus niet ook nog eens te horen krijgen dat ze zeurpieten zijn. Als er al verwijten moeten worden gemaakt, zouden die gericht moeten zijn op degenen die ons wijs maken dat we voortdurend aan ons zelf moeten werken. Vergelijk het met de film van Sunny Bergman over de schoonheidsindustrie. Die film richt het verwijt niet op de vrouwen die alleen nog belangstelling hebben voor hun uiterlijk, maar op degenen die vrouwen vertellen dat hun lichaam permanent verfraaid moet worden. Zo zet ik vraagtekens bij de permanente boodschap dat het innerlijk voortdurend verbeterd moet worden.

Irma: Het boek "Uw brein als medicijn" van dr David Servan Schreiber illustreert heel mooi hetgeen u verwoordt in uw boek.

Het hoofdstuk Prozac of Adidas laat zien hoe Bernard die vreselijk leed aan paniekaanvallen aanvankelijk geholpen was met een pil Xanax, maar daar afhankelijk van werd. Godzijdank ontwikkelde hij vervolgens een zeer gezonde verslaving: hij noemt zichzelf een indoor-fietsverslaafde". "zijn verslaving aan lichaamsbeweging geeft hem het gevoel dat hij zijn leven meer in de hand heeft : precies het tegenovergestelde van wat er gebeurde toen hij Xanax gebruikte"(p167).

Ik gun het Bernard en de andere mensen uit de succesverhalen van dit boek van harte dat het zo goed met hen gaat, maar dit boek bevestigt weer het volgende "je kunt door zelf hulp, een beetje discipline je eigen leven zo weer op de rails krijgen".

Het boek bevat foto's van hersenscans en gaat uit van de biologische interpretatie die eigenlijk tot nu toe niet bewezen is. Op de achterflap "Diep in de hersenen zit een deel dat ons gevoel, humeur, gedrag, onze bloeddruk, ons immuunsysteem, kortom alles wat met ons welbevinden te maken heeft, beheerst: het emotionele brein. Door controle te krijgen over dit deel van de hersenen is het mogelijk om stoornissen die voortkomen uit stress, angsten of depressie zelf te genezen.

Trudy Dehue: Het idee dat de hersenen plastisch zijn, kan ook een ondersteuning geven aan de gedachte dat armoede, discriminatie en andere ellende fysieke sporen nalaten. Maar we hebben de notie van de neuroplasticiteit vooral geïnterpreteerd als bevestiging van de boodschap 'je kunt als je maar wilt'. En zo zijn we weer terug bij dat individu dat aan zichzelf moet werken.

Irma : het verdere citaat luidt: Deze methode biedt een effectief alternatief voor de vaak langdurige en ingrijpende behandelingen als psychoanalyse en antidepressiva". (indirect suggereert deze zin dat langdurige psychoanalyse een verspilling van tijd en geld is.) Deze boeken verkopen enorm. 2003 uit gekomen, 2008 achttiende druk. Het boek verhaalt over meerdere mensen die met een paar simpele technieken of met visolie verlost raken van ernstige aandoeningen. Ik geloof heus wel dat deze arts met veel integriteit (hij lijkt nogal overtuigd en gedreven en gelooft het allemaal zelf) zijn werk doet, maar zorgen dit soort boeken er niet voor een enorme simplificatie van het beeld hoe wij mensen in elkaar steken? De hersenscans (die nog steeds niets bewijzen, maar dat wordt niet gezegd ) degraderen ons innerlijk tot een simpel machientje en omega-3-vetzuren worden op pagina 145 "olie die de hersenen smeert" genoemd. Ontmenselijkt dit ons niet? Je zult maar angsten hebben omdat je jarenlang door een vreemde moeder in een donkere kelder bent opgesloten! Pak het juiste hersengedeelte aan en herprogrammeer het. Vindt u niet dat door deze simplificatie de psychologie van de mens onrecht wordt aangedaan? Worden door dit soort zelf hulpboeken, die er wellicht altijd al waren, mensen met daadwerkelijke trauma's te weinig serieus genomen?

Trudy Dehue:Dat denk ik wel. Als het mensen niet lukt om ergens overheen te komen dan is de impliciete boodschap dat ze daar dus niet hard genoeg aan hebben gewerkt.

Irma: Door de bijna agressieve campagne om depressies vroegtijdig te signaleren bestaat natuurlijk het gevaar dat artsen overal depressies zien. De criteria zijn zo weinig eenduidig. Je hoeft maar een tijdje slecht te slapen en je werk niet meer leuk te vinden of hoort al bijna bij de grote groep mensen die depressief worden genoemd

Volgend waargebeurde verhaal: Een verliefde vrouw kan niet slapen en wil dit doorbreken door een paar slaappillen bij haar dokter te halen. Ze heeft erg duidelijk uitgelegd dat het goed met haar ging en dat ze zich prima voelde. Komt ze thuis, ziet ze dat ze een recept voor een antidepressivum meegekregen heeft! Ben je dolgelukkig en krijg je iets tegen depressiviteit. Het is natuurlijk niet leuk dat misschien wel heel veel mensen heel makkelijk deze recepten meekrijgen. Ook al is de betekenis van het woord depressie veranderd door de tijd heen, ik denk toch dat veel mensen wanneer ze zo'n recept meekrijgen dit als behoorlijk stigmatiserend ervaren. Denk u niet dat nu DSM labels ten onrechte als heilige criteria voor gezien worden de communicatie tussen artsen en hun patiënten vermindert? Ik kwam hierboven met een ietwat komisch voorbeeld, maar ik had wel het gevoel dat er totaal niet naar die dame geluisterd was.


Trudy Dehue: Ik vind het voorbeeld absoluut niet komisch, maar werkelijk schokkend en dat niet alleen omdat de vrouw zomaar het label 'depressief' kreeg. Deze arts handelde uiterst onverantwoordelijk, want hij had haar moeten vertellen dat ze een antidepressivum kreeg en haar moeten inlichten over de bijwerkingen inclusief over de kleine kans op zeer ernstige bijwerkingen zoals parkinsonisme. Dan zou ze het middel waarschijnlijk niet hebben aanvaard. Ik krijg emails van mensen die heel nare bijwerkingen van antidepressiva kregen en die er terecht erg ongelukkig over zijn dat hen de kans daarop niet is meegedeeld, want dan zouden ze ze niet hebben geslikt omdat hun aanvankelijke klachten daarvoor niet ernstig genoeg waren.

Irma: Een enkel symptoom (slapeloosheid) en hup daar kwam de diagnose al! Door de DSM labels kan een arts bijna door een computer vervangen
worden lijkt het wel.

Trudy Dehue:

Enige standaardisering is natuurlijk goed, want we willen ook geen artsen die volledig op eigen houtje bedenken wat er met ons aan de hand is. Maar ook hierbij geldt dat alles wat doorslaat nare gevolgen heeft. De laatste jaren protesteren artsen en therapeuten fel tegen maatregelen van overheden en verzekeraars die hen degraderen tot computers. Ze willen gesprekken met hun patiënten kunnen voeren en de behandeling ook laten afhangen van het scala aan factoren dat uniek is voor elke patiënt. Het is hierbij altijd sterk zoeken naar de juiste balans tussen uitgaan van de wetenschap over de gemiddelde mens, wat van groot belang is, en uitgaan van de unieke mens, wat ook van groot belang is.

Irma: de vergelijking op het einde van uw boek vond ik ongelooflijk treffend. Wij mogen geen rimpel meer in onze huid hebben, maar ook geen rimpel meer in onze geest. Ik zie het bijna voor me "iedereen met een RTL 4 glimlach, strakgetrokken expressieloze botox gezichten en liefst maatje 36, ook tijdens en na de middelbare leeftijd". Gelukkig is er een hoewel kleine maar toch een tegenbeweging ontstaan tegen de onmenselijke eisen die er aan het uiterlijk worden gesteld: de body shop/ dove reclame. Is er momenteel al een tegenbeweging op het vlak van de geestelijke tegenhanger van dit ideaal? Aan het einde van uw boek noemt u dat er meer stemmen op gaan voor maatschappelijke verandering of bijstelling van de huidige maatschappij. U noemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Stichting Waterland, maar de politiek en de massamedia lijken nog wel de richting op te gaan waar uw boek voor waarschuwt. Trudy Dehue: Dit is een tijd waarin allerlei tendensen door elkaar bestaan. Ik weet overigens niet of mijn boek 'waarschuwt' tegen de toegenomen plicht het lot in eigen hand te nemen. Het analyseert en constateert vooral, met aan het eind een epiloog waarin ik de voor- en nadelen afweeg van die plicht. Mij lijkt dat we hier vooral een maatschappelijk debat over moeten voeren: waar moeten we hem behouden en waar is hij schadelijk? Dat vindt wel al plaats, maar vooral onder een klein groepje intellectuelen dat het maar moeizaam over de brug krijgt in de grote media.

Bronvermelding:

De depressie epidemie, Over de plicht het lot in eigen hand te nemen. 2008

Trudy Dehue

Uitgeverij Augustus.

 

Uw brein als medicijn, Zelf stress, angst en depressie overwinnen.2008

Dr. David Servan-Schreiber

Kosmos Uitgevers.

 

Geschreven door: Irma Ellens Maat

Dit artikel is zowel verschenen in Frontier Magazine sept/okt 2009 als in Spiegelbeeld dec 2009.

 

 



Voeg toe aan: